14-10-06

Chocolade en pecannootjes

Geschreven door dulcera op 11-02-2006 om 22:41:27.

 

 

Chocolade en pecannootjes

 

Zo nauwkeurig hij maar kon, goot Albert de gesmolten chocolade in de vormpjes. Het zouden mooie hartjes worden die hij kon versieren met krullen sierlijk gespoten chocolade, marsepeinen vlindertjes en suikeren bloemetjes.

Voorzichtig goot hij het teveel weer uit de vormpjes, zette ze aan de kant en goot de volgende reeks vol. Hij bleef dit ritueel herhalen.Albert was al jaren de meesterchocolatier van het kleine bedrijfje. Ze gingen er prat op dat ze de fijnste chocolade maakten, met de meest zuivere ingrediënten. Als één van de weinigen maakten ze gebruik van fair trade producten. De chocolade werd gemaakt van cacaobonen

waar ze een eerlijke prijs voor betaalden, de suiker kwam van gecontroleerde plantages en de nootjes werden gepeld door volwassenen, niet door kinderen zoals

zo vaak het geval was.Mijmerend keek hij naar de foto op de verpakking van de nootjes: er stonden donkere vrouwen op die aan een lange tafel gezellig de nootjes kraakten en pelden. Op de achtergrond zag hij veel groen, en lage huisjes waar de noten lagen te drogen. De vrouwen lachten vriendelijk naar de fotograaf, maar vooral de dame links vooraan was zijn favoriet. Ze had smaragdgroene ogen en een parelwitte glimlach. Hij had die foto van een verpakking

gehaald en opgehangen in het atelier. Soms droomde hij wel eens weg naar haar wereld, fantaseerde hij dat hij een ranke donkere man was, en dat hij haar tot de zijne kon maken. Peinzend bekeek hij dan zijn profiel in de weerkaatsing van de oven. Hij

had door het vele snoepen een ferme buik én hij begon al wat te kalen, en wist dan dat het dagdromen waren. Hij zou nooit de identiteit van de dame kunnen achterhalen,

laat staan dat hij de durf zou hebben om haar ook echt te gaan bezoeken. Hoofdschuddend, om zijn eigen gekke ideeën, ging Albert verder met zijn werk. Om zijn gedachten te verzetten,

zette hij de radio aan. Uit de luidsprekers klonk Helmut Lotti met Asimbonanga. Terwijl hij verder werkte

zong hij het liedje uit volle borst mee: ‘Asimbonanga... Asimbonanga ’umfowethu thina.’

 

*

 

Zo nauwkeurig ze maar kon kraakte en pelde Tara de pecannootjes. Voorzichtig legde ze de nootjes bij de rest op de stapel. Ze knikte even goedkeurend toen ze zag hoeveel werk ze al gedaan had en deed verder. Een paar plaatsen van haar weg zat haar beste vriendin

Okie ook nootjes te pellen. Ze was spontaner dan Tara en hield ervan om af en toe eens in een liedje uit te barsten. Een paar maanden geleden waren de mensen van Oxfam langs geweest. Ze hadden toen kaartjes gekregen

om naar een optreden van ene Helmit Lotto of zoiets te gaan kijken. Een mager schriel mannetje dat in het Zuid-Afrikaans probeerde te zingen. Het leek nergens

naar! Maar ze hadden zich wel heel goed geamuseerd.

Blozend dacht ze terug aan hoe die magere kip haar op het podium had getrokken om met hem mee te zingen. Ze moest nog steeds grijnzen als ze aan die gekke avond terugdacht. Okie begon uit volle borst Asimbonanga te zingen. Al snel zong iedereen aan de tafel enthousiast mee:‘A seagull wings across the sea

Broken silence is what I dream

Who has the words to close the distance

Between you and me.’

Het was aangenaam werken op de pecannotenplantage, dacht Tara. Ze had geboft toen ze hier jaren geleden aan de slag kon. Elke week kreeg ze een eerlijk loon. Er was een schooltje voor wie kinderen had. Zelf kon ze tijdens het pellen wat woordjes Engels leren. Elke dag kwam er iemand van het kantoor een uurtje les geven. Dat was elke dag weer gezellig en leerrijk. Triest dacht ze aan de omstandigheden waarin haar jongere zusje moest werken. Het kind was amper vijftien en moest elke dag in een hotel voor een hongerloontje poetsen en wroeten.Nee, dan was zij beter af.

 

*

 

Albert was klaar met het vullen van de holle vormpjes en wou verdergaan met het caramelliseren van de nootjes. In een grote pan goot hij de nootjes en hij zette met één hand de gasbrander al open terwijl hij met de andere hand de zak uitgoot. Het ‘kling’ van iets metaligs wat in de pan viel deed hem nieuwsgierig in de pan kijken. Verbaasd viste hij een mooie gegraveerde gouden ring uit de pan. Het leek een oud, bijna antiek kleinood te zijn en de inscriptie Frederiqué 1806 bevestigde dat. Terwijl hij de ring in zijn handpalm hield dacht Albert na.Wat kon hij nu doen?

 

*

 

In paniek doorzocht Tara de zakken met nootjes. Toen ze naar huis wou gaan, had ze gemerkt dat grootmoeders ring van haar vinger was gegleden. Okie was haar meteen te hulp geschoten. Samen goten ze voorzichtig de zakken over. Zonder succes. Plots herinnerde Tara zich dat de eerste zakken deze ochtend vroeg al opgehaald waren door de vervoerders.

Wanhopig keek ze haar vriendin aan, tranen prikten in haar ooghoeken.‘We zijn te laat Okie! De ring zit in één van de zakken

die deze ochtend opgehaald zijn!’Okie keek haar vastbesloten aan.‘Dan gaan we naar de haven en zoeken we tot we de juiste zak noten gevonden hebben!’Moedeloos liet Tara haar schouders zakken.‘We geraken nooit tot bij de loods. En dan nog, hoe gaan we daar ooit mijn ring terug vinden?’Ze keek triest toen ze aan het enige aandenken van haar oma dacht. Ze deed de ring nooit uit, hoe kon hij nu ineens van haar vinger gegleden zijn?‘Mijn broer werkt toch in de haven? Die smokkelt ons wel binnen!’, zei Okie slim. Ze keek naar Tara. ‘Komaan Tara, het gaat over je ring!’ Enthousiast porde ze haar vriendin aan.Tara besloot het waterkansje te grijpen. ‘Oké, wie niet waagt…’En ze liepen naar de haven.

 

*

 

Albert was niet lang naar de ring blijven kijken. Nadat hij hem in een mooi doosje had gestoken – het kleinste chocoladedoosje dat ze in de zaak hadden – belde hij tijdens zijn middagpauze het hoofdkwartier van Oxfam.  Na drie keer te zijn doorverbonden, had hij uiteindelijk een dame met pit te pakken en kon hij zijn wonderlijke vondst melden.

‘Dus u heeft een ring gevonden in een zak pecannoten?  En wat wilt u nu doen? U mag hem houden hoor’, wist de dame aan de telefoon.

‘Ehh… ik vermoed dat de eigenaresse haar ring zeer graag terug zou willen. En ik wil die heel graag terugbezorgen’,  had Albert naar waarheid gezegd.

‘Ah, dat is zo lief van u, de meesten zouden de ring gewoon zelf houden! Wacht, ik heb een idee: ik kijk even of ik een internetaansluiting vind voor de betreffende plantage. Een ogenblikje.’

Albert hoorde de dame ijverig tikken op haar klavier en wachtte geduldig.

‘Heeft u thuis internet meneer?’, vroeg ze. ‘Ik kan u een e-mailadres van de plantage geven. Dan kunt u zelf informeren of er iemand een ring verloren heeft.’

Albert had zijn e-mailadres doorgegeven. Toen hij ’s avonds zijn pc aanzette, kwam er al meteen een e-mail binnen van de telefoniste. Ze wenste hem veel succes bij het vinden van de eigenaresse van de ring. Ze had twee e-mailadressen en een internetsite bijgevoegd.

 

*

 

‘Tara, Tara! Je ring is gevonden!’ Tara keek verrast op van het nootjes pellen. Voor haar stond iemand van het kantoor. Ze had de man al eens gezien, maar hem nog nooit eerder gesproken. Verlegen boog ze voor haar overste. Ze durfde hem bijna niet aan te kijken.

‘Je ring! Die je kwijt was! Hij is gevonden! Door een man in België!’

Verbluft keek ze hem aan. ‘Hoe? Gevonden? Hoe dan?’

Ze had al twee weken lopen treuren omdat ze haar ring kwijt was. Samen met Okie was ze nog naar de haven gerend, maar het schip was al uitgevaren. Iedereen op de plantage wist hoe triest ze was.

‘Hij heeft ons een brief gestuurd via de computer!’, vertelde de man. ‘Hij heeft je ring gevonden!’ Enthousiast keek hij haar aan.

 

*

 

Albert liet er geen gras over groeien. Toen hij eenmaal wist waar de eigenaresse van de ring te vinden was, had hij vrij genomen.Via een connectie in de haven van Antwerpen was hij aangemonsterd op een bananenboot naar Zuid-Afrika, als kok. Albert hield niet zo van vliegen en vliegtuigen. Dit was uiteindelijk de goedkoopste oplossing. Om in de keuken met chocolade te kunnen werken had hij het hoogstnoodzakelijke meegenomen: een grote marmeren plaat, thermometers, vormen en een speciaal toestel om de chocolade te smelten. De matrozen waren gek op zijn chocoladegebakjes.Albert genoot van de reis. Eindelijk had hij eens het lef gehad om iets wilds te doen! Elke avond keek hij, voor het slapen gaan, naar de fonkelende ring en de foto van de mysterieuze vrouwen met hun parelwitte glimlach.

 

*

 

Tara zat te giechelen met Okie aan de grote tafel.‘Morgen komt hij!’, had de kantoorbediende deze ochtend gezegd. ‘De boot moet alleen nog ingeklaard worden, en dan mag hij aan wal komen!’

‘Stel je voor dat het een lelijke oude man is!’, plaagde Okie haar vriendin. ‘En dat hij denkt dat jij aan zijn voeten gaat vallen!’

Twijfelend keek Tara haar vriendin aan. Zo’n bleekscheet die denkt dat hij met zijn dollars een vrouw kan kopen – zou het zo iemand zijn? Peinzend dacht ze aan de woorden van haar kleine zusje: ‘Die blanke mannen denken dat ze vrouwen kunnen kopen met geld. Ze gebruiken je en gaan dan weer weg!’

Zou deze man ook op zoek zijn naar een avontuurtje?

 

*

 

Voorzichtig haalde Albert de chocolade lekkernijen uit de vormpjes. Hij wou morgen niet alleen met de ring komen, maar wou ook laten zien hoe de nootjes in zijn chocolaatjes verwerkt werden. Hij had lekkere pralines met pecannootjes gemaakt en in mooie doosjes verpakt. Omdat het in Zuid-Afrika toch wat warmer was dan in België, had hij ze in een koelbox gelegd. Voor Tara had hij een doosje vol met chocolade ringen gemaakt. Hij had haar ring gebruikt om een vormpje te maken en als verrassing had hij wel 30 ringetjes in chocolade gegoten. Morgen zou ze haar eigen ring zien schitteren tussen chocolade juweeltjes. Hij hoopte dat ze dat een fijne verrassing zou vinden. Nadat hij de scheepskombuis had opgeruimd, ging Albert uitwaaien op het dek. Hij voelde een stevige bries die vreemde opwindende geuren meevoerde. Op de kades zag Albert een bedrijvigheid die je in Antwerpen niet meer zag. Donkere mannetjes holden van hot naar her tussen de kranen en zware machines door. Glimlachend sloeg Albert het schouwspel gade, leunend over de reling.Nog één nachtje slapen en dan mocht hij, eindelijk!

 

*

 

Tara klopte zenuwachtig op de deur van het kantoortje. Achter haar stonden Okie en de andere vrouwen te giechelen en te lachen. Ze waren bijna even nerveus als zij zelf was.

‘Kom maar binnen Tara!’, nodigde de kantoorbediende haar uit. ‘Ik ben heel blij dat ik je mag voorstel len aan meneer Albert Callebaut!’

Met een handgebaar van Albert naar Tara stelde hij hen aan elkaar voor.

Albert wist niet meer wat zeggen. Voor hem stond een wondermooi jong meisje, met smaragdgroene ogen – het meisje van de foto!

‘Ni-nice te-to m-meet you…’, stotterde Albert, helemaal ondersteboven van de verschijning van deze ranke, elegante jonge vrouw.

Bedeesd schudde Tara hem de hand.‘Wat een dikkerdje!’, schoot door haar hoofd.

Toen ze zag dat hij minstens zo verlegen was als zij kon ze een glimlach niet tegenhouden.

De kantoorbediende sloeg het tafereeltje grijnzend gade. Hij besloot in te grijpen.

‘Mister Callebaut heeft je ring gevonden Tara’, vertelde hij, met een knikje naar Albert.

‘O ja, juist!’, stamelde Albert. Hij haastte zich om de koelbox open te maken.

‘Ik wil graag beginnen met mijn cadeautje voor jou, Tara.’ Terwijl hij het doosje met de ringetjes opdiepte, groeide het zelfvertrouwen van Albert weer, en herinnerde hij zich de speech die hij voorbereid had.

‘Op deze wondermooie dag wil ik je een blijk van vriendschap en waardering geven. Omdat jij er elke keer weer voor zorgt dat ik dankzij jouw zorgvuldig gepelde nootjes de lekkerste chocolaatjes kan maken.’ Hij nam het doosje met de chocolade ringen uit de koelbox, en gaf het aan Tara.

‘Zou je deze blijk van waardering willen aanvaarden, Tara?’

Dit had ze niet verwacht. Ze stond met een mooi versierd gouden doosje in haar handen, en prutste voorzichtig het satijnen lint los. Onder het deksel lagen ontelbare ringen – dezelfde als de hare maar dan van chocolade – en in het midden schitterde haar eigen vertrouwde ring.

Ze haalde het kleinood uit het doosje en schoof het met een gelukkige glimlach weer aan haar vinger. Met een triomfantelijk gebaar liet ze haar hand zien aan Okie en de andere meisjes die nog steeds in de deuropening stonden. Lachend juichten en applaudisseerden haar vriendinnen.

Albert gloeide van trots.

‘Dank je, dank je zo heel erg veel!’, zuchtte Tara, terwijl ze voorover boog om Albert een zoen te geven.

‘Ik ben zo blij dat ik mijn ring terug heb!’

Albert boog zich voorover om de zoen in ontvangst te nemen, hij zag hoe haar smaragdgroene ogen fonkelden…

 

*

 

‘Albert! De nootjes staan te verbranden!’ Met een kreet trok de jongste leerling de pan van het vuur, terwijl Albert ruw uit zijn dagdroom werd gerukt.

‘Wa-wa-watte?’ Beduusd keek hij van de pot met verbrande suiker naar de leerling die hem verwijtend aankeek.

‘Stond je te slapen soms?’, vroeg deze hem.

Albert wreef nadenkend over zijn kin.‘Ik denk het, ja’, mompelde hij, terwijl hij naar de foto van de donkere schoonheden keek.

Ondeugend vroeg de leerling-chocolatier: ‘En? Was het de moeite?’

‘Ja, nogal’, zei Albert zonder na te denken. Een blos steeg naar zijn wangen.

Een vette knipoog deed hem nog meer blozen. Om zichzelf een houding te geven, ging hij naar het magazijn voor een nieuwe zak pecannootjes.

De leerling had ondertussen al een schone pan op het vuur gezet. Albert hoefde alleen nog maar de nootjes erbij te gieten.

Met één hand draaide hij de gasbrander wat meer open, terwijl hij met de andere hand de zak uitgoot.

Het ‘kling’ van iets metaligs wat in de pan viel, deed hem nieuwsgierig in de pan kijken.

‘Wat was dat?’, vroeg de leerling nieuwsgierig.

Verbaasd viste Albert een mooie gegraveerde gouden ring van tussen de nootjes. Het leek een oud, bijna antiek kleinood te zijn, en de inscriptie Frederiqué 1806 bevestigde dat.

‘Een ring!’, wist de leerling geheel naar waarheid te zeggen.

Albert keek hem vreemd aan, terwijl hij de ring in zijn handpalm hield dacht hij na. Wat kon hij nu doen?

 

~~~«Eind»~~~

 

Commentaren

Meesterlijke vertelling vond ik een schitterend verhaal !

Gepost door: Aramis | 24-02-07

De commentaren zijn gesloten.