28-10-06

Grenzen stellen!

Geschreven door dulcera op 14-04-2005 om 08:34:32.

 

Het was al na de middag, de leerlingen en werden druk en rumoerig, het lange stilzitten op de schoolbanken begon zijn tol te eisen en Ahmed kon niet meer op zijn stoel blijven zitten.  Hij liep rond in de klas en keek over de schouder van Matthias mee hoe deze zijn taak oploste.  Matthias keek even verstoord op naar Ahmed, maar hij zei niks.

 “Ahmed, ga eens terug op je plaats zitten! ” vroeg ik.

Hij keek op, met een verstoord gezicht, de verveling stond er overduidelijk op te lezen.

”Ik mag toch eens kijken hoe Matthias die taak doet?” zei hij, “Zaag eens tegen een ander!”

Dit taalgebruik kon ik niet over mij laten gaan, ik moest ingrijpen!

“Ahmed! Niet te ver gaan kereltje! Op je woorden letten!” corrigeerde ik hem.

“Oh, ga ik te ver?” vroeg hij, en plotseling verscheen er een ondeugende fonkeling op zijn snoet

Ik voelde al dat er wat ging komen, maar speelde toch maar mee …

“Ja! Je gaat véél te ver!” overdreef ik, ik rolde met mijn ogen en ging wat rechterop zitten

Er brak een lach door en met een grote grijns antwoordde hij:.

“Ah, maar dan moet ge dat zeggen hee! Dan kom ik wat dichter!” En met oogjes die fonkelden van plezier kwam hij naast mij staan.

Blijf dan maar serieus als leerkracht….

18:14 Gepost door Dulcera in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: leerkracht, leerling, overdrijven, pedagogie, klas, les, taak |  Facebook |

25-10-06

Canna-bis!

Geschreven door  dulcera op 08-12-2005 om 15:52:50.

 

Voorzichtig duwde Elsje de deur naar het bureau van de directeur open, ze zag hem ijverig zitten schrijven achter een stapel papieren. Het was haar eerste opdracht als CLB-medewerker en ze vond het tot nu toe een leuke baan, de samenwerking met de leerkrachten en de directeur was tot nu toe heel erg goed verlopen, iedereen deed zijn best om haar het gevoel te geven welkom te zijn.

“Goedemorgen, meneer directeur.” zei ze vriendelijk, waarop de directeur opkeek,

Ah, de nieuwe CLB-medewerkster! Het was een leuk jong ding, enthousiast en heel vlot in de omgang met de leraren en de jongeren van de school.

“Goedemorgen Elsje, en zeg maar Patrick hoor, als de leerlingen er niet bij zijn mag dat best!” begroette hij haar.

Elsje was aangenaam verrast, ze had nog niet zo vaak met de directeur gesproken, maar het leek haar een leuke man te zijn.  Hij was nog jong, niet zo gek veel ouder als ze zelf was, maar gedreven en enthousiast.

“Ok dan, Patrick.” knikte ze en ging verder het bureau binnen, “U had gevraagd of ik bij het gesprek met de ouders van Wouter kon zijn?”

De directeur knikte, dat had hem inderdaad het beste geleken, “Ja, je weet dat meneer De Jong, onze leerkracht wiskunde, Wouter heeft betrapt op het gebruik van Cannabis?”

“Ja, heel erg vond ik dat, ik was heel erg geschrokken toen ik het hoorde! Van alle leerlingen leek Wouter me de meest onwaarschijnlijke om drugs te gebruiken! En dat hij zich dan op school laat betrappen … “ hoofdschuddend ging Elsje op de stoel voor het bureau van de directeur zitten, “Ik vraag me af of het geen noodkreet was, of hij wilde dat we hem betrapten?” vragend keek ze de directeur aan.

“Ik heb me net dezelfde bedenking gemaakt, Wouter is tot nu toe een voorbeeldige leerling geweest, altijd in orde, op tijd op school, voorbeeldig gedrag in de klas … “ hij nam het dossier van Wouter erbij.

“Ik las hier dat de ouders van Wouter uit elkaar gegaan zijn vorig jaar, en dat hij nu bij zijn moeder en haar nieuwe vriend woont.” hij keek Elsje aan, ze was een en al oor.

“Een scheiding is nooit makkelijk voor een puber hé?” vond ze “De meesten gaan dan wel één of andere vorm van rebellie beginnen.”

“Tja, maar dit is wel erg extreem, vind je niet?”

 

Elsje kreeg de kans niet om te antwoorden, er werd op de deur geklopt en zonder op antwoord te wachten kwam een vrouw het bureau binnengestapt.

“Ben ik hier bij Vandenbroecke, de directeur van deze school?” vroeg ze brutaal, achter haar stond een veel jongere man, haar zoon stond onwennig te draaien in de gang.

“U had gevraagd of we langs wilden komen? Ik heb de brief hier bij me.” en ze haalde een verfrommeld vodje uit haar handtas.

“Eugh … ja zeker mevrouw, gaat u maar zitten.” de directeur wees de vrouw een stoel aan, “En u bent … meneer?” vroeg hij, dit kon de vader van Wouter niet zijn!

“Eugh ..., ikke?” vroeg de man onzeker terwijl hij achter zich keek.

“Dit is Erik Derop, mijn vriend.” zei de moeder van Wouter, “De vader van Wouter heeft ons de voorbije zomer laten zitten, hij is er zomaar vanonder gemuisd met zijn secretaresse, de bloesemsnoeper! Het arme kind is begot 20 jaar jonger dan hij zelf is! ‘t Zal zijn midlifecrisis wel zijn, maar wij zijn er vet mee!” verontwaardigd bij zoveel onrecht ging ze wat rechter op haar stoel zitten. “Nog een geluk dat ik Erik leerde kennen, hij heeft ons zo goed geholpen!” vertederd keek ze naar haar vriend.

 

“Erik is bioloog!” zei ze met trots in haar stem, “hij weet kweetniethoeveel van planten en dieren enzo!”

“Eugh …. Nee, eigenlijk ben ik …” de arme man kreeg de kans niet om duidelijk te maken wat nu eigenlijk zijn beroep was, want ze onderbrak hem alweer.

“Vertel nu eens wat we hier nu eigenlijk moeten komen doen?” vroeg ze, en keek Elsje en de directeur uitdagend aan, “Wie bent u eigenlijk juffrouwtje?" ze keek naar Elsje.

De directeur nam het heft in handen, “Dit is onze CLB medewerkster, mevrouw Elsje De Cock.” stelde hij haar voor.

Elsje ging rechtstaan om iedereen een hand te geven, “Aangenaam, mevrouw, meneer, Wouter.” zei ze en ging weer zitten.

 

De directeur ging verder, “Ik wou graag dat Elsje erbij was omdat we niet zo goed nieuws voor u hebben mevrouw.” Hij keek afwisselend naar de aanwezigen.

“Niet zo goed nieuws?” vroeg de moeder, “Wat kan dat zijn? Wouter is een voorbeeldige leerling!”

Wouter zat wat onwennig te draaien op zijn stoel, “Moet ik hier echt bij zijn?” vroeg hij stilletjes.

 

Erik hoorde hem en kneep bemoedigend in zijn knie “Het komt goed maatje, “ fluisterde hij “we praten deze zaak wel uit!”

“Ik zou niet weten waarom je er niet bij zou zijn!” vond de moeder verontwaardigd, “Wat kan jij nu mispeuterd hebben?”

“Ik zal naar de kern van de zaak gaan.” wou de directeur beginnen te vertellen.

“Dat zou al eens hoog tijd worden!” snoof het vrouwmens.

“Als u mij nu even kan laten uitpraten?” beet de directeur terug.

“Doet u maar, ik ben één en al oor!” sneerde ze, en ze knipoogde naar Wouter, die verwoedde pogingen deed om in de grond te verdwijnen.

 

“Kijk, mevrouw, we hebben u laten komen om met u een ernstige zaak te bespreken.” Hij zweeg even om te kijken of iedereen luisterde en vervolgde, “Onze leerkracht wiskunde, meneer De Jong, heeft Wouter betrapt op het gebruik van Cannabis.” zijn woorden sloegen in als een bom. De moeder van Wouter zat verbluft naar adem te happen, Wouter deed zijn uiterste best om onzichtbaar te worden –vruchteloos- en Erik zat gelaten te kijken.

 

“Wo, wou, Wouter, drugs …?” fluisterde ze verbijsterd, ze nam een zakdoekje en drukte het tegen haar neus, “Wouter, wat heb je daarop te zeggen?” vroeg ze, bijna overmand door emoties.

“Bwah … niet veel …” mompelde Wouter, “Kijk, het zit zo …” hij kreeg de tijd niet om zijn zin af te maken want Erik kwam tussen.

 

“Ok, ik zal dat hier eens vlug duidelijk maken, het is allemaal mijn schuld!” hij keek even of zijn woorden effect hadden, en dat hadden ze!

Verbaasd keek de moeder hem aan, en Erik vervolgde: “Kijk, ik had hem uitgelegd hoe Cannabis gekweekt werd, om hem te helpen bij zijn biologie lessen.” iedereen keek verbluft.

“Cannabis is eigenlijk een zeer sterke plant, maar het kweken vraagt toch wat accuratesse en handigheid, dus had ik hem wat zaadjes meegebracht.” Erik keek of iedereen bij de les bleef, “Samen hebben we de zaadjes opgekweekt tot plantjes, en vorige week hadden we onze eerste oogst.”

 

De moeder keek hem verbluft aan, “Bedoel je dat die rare struik op Wouter’s kamer Cannabis is!” kreet ze.

“Ja, Cannabis! Wat dacht je dan? Dat het een tomatenplantje was? Enfin, dus vorige week hadden we onze eerste oogst en hebben we ook de eerste keer geprobeerd of de kwaliteit goed was, en dat was ze ook. Cannabis roken is veel gezonder dan die verslavende stinkstokken die u rookt,” en hij wees naar de asbak van de directeur, “maar het was eigenlijk niet de bedoeling dat Wouter op school zou gaan gebruiken.”

 

“Maar toch deed hij het.” wist de directeur nog net uit te brengen, dit had hij nu nog nooit meegemaakt!

“Ja, kijk, hij had een zware proef die dag, en ik had hem gezegd dat een jointje roken kon helpen tegen de zenuwen en om helderder te denken. En zodoende is het gekomen, ik had hem een jointje gerold, en hem gezegd dat hij maar gewoon tussen de andere rokers moest gaan staan en dat hij dan niet zou opvallen. “ hij haalde zijn schouders op, “Wie had nu durven denken dat die meneer De Jong ook Cannabis rookt?” vroeg hij.

De directeur en Elsje bleven er bijna in “Wabliefteru!” vroeg de directeur, en hij keek ongelovig naar Elsje.

“Ah, ja, iemand die niet gewend is om Cannabis te roken gaat die typische geur er echt niet uit halen in een grote groep rokers hoor! Ze stonden daar in een groepje van tien te roken!” Erik keek beschuldigend naar de directeur.

 

Deze haalde diep adem en weerlegde Erik’s beweringen: “Nou, meneer De Rop, ik moet toch echt uw beweringen ontkrachten! In een groepje rokers haal je er de cannabis sigaret zo uit, en van Cannabis wordt je misschien wel helderder, maar ook onverschilliger, dus was het niet zo’n goed idee van u om Wouter aan te raden drugs te gebruiken vlak voor zijn proef!”

 

Elsje knikte instemmend bij het relaas van de directeur, dit was het gekste gesprek dat ze in haar korte loopbaan al gevolgd had!

De moeder van Wouter zat nog steeds lijkbleek en stilletjes naar haar vriend en haar zoon te kijken. “Ik kan nog steeds niet geloven dat jullie drugs in mijn huis hebben gekweekt!” sprak ze steeds luider en luider, “Waar haal je het om zoiets te doen?” wild met haar vinger wijzend stond ze imponerend als een furie voor haar vriend. De aders in haar hals gespannen, beschuldigend keek ze hem aan en eiste een antwoord.

Hij, helemaal niet onder indruk van haar vertoning, trok zijn schouders ongeïnteresseerd op en deed er verder het zwijgen toe.

 

De directeur vond dat het tijd werd om tot de kern van de zaak te komen, “Als u even kalm wil blijven zal ik u uitleggen wat er nu verder gaat gebeuren!” hij vervolgde, “Normaliter worden leerlingen die betrapt worden op Cannabis gebruik meteen en definitief geschorst! Drugsgebruik wordt op deze school niet getolereerd en dat staat ook in het schoolreglement dat u ondertekende!”

De moeder van Wouter zat stil te kijken, “Bedoelt u … bedoelt u dat ik voor Wouter nu een andere school moet zoeken? Middenin het schooljaar? En hij ging zo graag naar deze school, al zijn vrienden zijn hier, en zijn resultaten zijn steeds goed geweest!” ontzet keek ze hem aan.

 

De directeur vervolgde “Daar hebben wij ook begrip voor mevrouw, omdat het een eerste keer is dat Wouter de regels overtrad en omdat hij tot nu toe een voorbeeldige leerling was, gaan we een uitzondering maken!” hij nam het dossier van Wouter en haalde er een bundeltje papieren uit, “Kijk, ik heb hier een contract waarin staat dat als Wouter nog een keer een overtreding begaat hij meteen geschorst zal worden, maar dat hij nu op school mag blijven onder bepaalde voorwaarden.”

 

De moeder van Wouter knikte instemmend, dit ging de goede kant uit, “En welke zijn deze voorwaarden?” vroeg ze, duidelijk veel rustiger dan even tevoren.

“Niets dat voor Wouter onoverkomelijk zal zijn, hij moet beloven om geen drugs meer te gebruiken en dat hij regelmatig bij mevrouw De Cock op gesprek zal komen, zodat we zeker zijn dat hij niet nog een keer deze fout maakt.” De directeur schoof het contract naar Wouter, “Wat heb je hier zelf nog bij te vertellen Wouter?” vroeg hij.

Wouter schoof wat ongemakkelijk op zijn stoel, “Ik, eugh … ik wil graag zeggen dat het me spijt, het is allemaal begonnen als proef, om te kijken hoe zoiets groeit en voor ik het wist hadden we drugs gemaakt!” hij keek ongelukkig “ Het is gewoon allemaal heel erg uit de hand gelopen, het spijt me!”

 

Elsje knikte “Ik ben blij dat je zelf ook snapt dat dit eigenlijk niet kan Wouter, daarom ook dat ik blij ben dat je nu een nieuwe kans krijgt.” ze keek naar Erik, “En als U meneer in de toekomst de biologie lessen wil beperken tot het kweken van echte tomaten, dan verwacht ik in de toekomst geen problemen meer met Wouter.”

Erik bleef verder totaal onverschillig bij de zaak.

De directeur knikte, “ Goed, als we nu het contract ondertekenen dan kunnen we dit gesprek beëindigen.” Hij schoof het bundeltje papieren tot voor Wouter die gedwee tekende, en het aan zijn moeder gaf die ook haar handtekening zette.

 

“Ik geloof dat we, gezien de omstandigheden, er goed aan gedaan hebben om Wouter een tweede kans te geven,” hij gaf Wouter, zijn moeder en Erik een hand, “ Ik ben tevreden dat we deze zaak zo opgelost hebben, nog een prettige dag verder!”

De moeder van Wouter bedankte hem en ze gingen naar huis, opgelucht dat de zaak zo goed afgelopen was!

 

De directeur slaagde een diepe zucht, hij had zo zijn eigen ideeën bij het gedrag van die nieuwe vriend, “Dat was me nogal een gesprek!”

Elsje knikte instemmend, “Het was te denken dat er zoiets achter zou gezeten hebben, ik vraag me alleen af waar die vriend het haalde om een jongen van 17 ertoe aan te zetten om drugs te kweken op zijn kamer?” vragend keek ze de directeur aan.

“Ik ben er vrij zeker van dat dit verhaal nog een staartje krijgt!” wist hij, “Maar dat zal de toekomst moeten uitwijzen.” Hij keek Elsje lachend aan, “Koffie?” vroeg hij, en was al bezig met inschenken.

“Graag” antwoordde Elsje. Ja, deze directeur was een man naar haar hart!

19-10-06

Bewaarengel: Pestboodschappen!

"Pestboodschappen!"

Geschreven door dulcera op 09-07-2005 om 00:13:46.

 

Schichtig rol ik mijn karretje door de supermarkt, speurend kijk ik of er geen bekenden zijn, en hou heel even mijn adem in als ik de buurvrouw meen te herkennen.

Nee, gelukkig, ze is het niet.

Bijna loop ik voorbij heerlijk geurende aardbeien.  Hmm, lekker! Het water loopt al in mijn mond, vlug een bakje meenemen!

“Ja, ja, strakjes weer met veel te veel slagroom zeker!” berispend plopt hij recht voor mijn neus tevoorschijn.

Hier was ik zo bang voor!  Mijn bewaarengel vindt het nodig om me zelfs in de supermarkt te 'bewaren' voor wat hij zelf 'stommiteiten' vindt!

“Hier niet!” fezel ik, “de mensen gaan denken dat ik gek ben, ik kan hier niet met je praten!”

“O, en waarom dan niet?” argwanend kruist hij zijn te korte armpjes voor zijn mollige borst.

Perplex kijk ik hem aan, meent hij dit nu?  Weet die pestkop écht niet waarom?

“Omdat andere mensen je niet kunnen zien of horen!” fluister ik, angstvallig rondkijkend of iemand merkt wat ik doe.

“Ja, en?” vraagt hij, terwijl hij monsterend mijn boodschappen keurt.

“Wel, ze gaan denken dat ik knettergek ben, ze gaan de psychiatrie inlichten, ze gaan me komen halen en in een dwangbuis steken, ik ga mijn kinderen nooit meer zien, mijn man gaat van me willen scheiden, en iedereen gaat me meelevend nakijken als ik over straat loop! Is dit reden genoeg voor je!” bijna verhef ik van pure onmacht mijn stem, maar weet me net op tijd in te houden.

“Pfft, dat doen ze toch nooit!” weet hij, en hij vist een doos koekjes, een pak chocolade en een zakje zure beertjes uit de kar om ze met een verbazend geroutineerde zwaai over het rek te gooien.

Van de andere kant klinkt een welgemeend “Godverdomme!” en vlug rol ik het karretje wat verder.

“Hou daarmee op! Ik kom in de problemen!” sis ik hem toe.

Hij is onverstoorbaar: “Zoet en vet is niet goed voor je! Je gaat te dik worden, je man gaat je niet meer aantrekkelijk vinden, verliefd worden op je beste vriendin, van je scheiden, en iedereen gaat je meelevend nakijken als je over straat loopt!” verbluffend snel kaatst hij mijn woorden terug.

Perplex kijk ik hem aan “En gooi je daarom alles maar over het rek?”

“Bah, ja!” beaamt hij, “ Ze gaan jou toch de schuld geven, ik kan doen wat ik wil.” en tollend gooit hij nog een pakje chocoladepuddingpoeder over zijn schouder.

“Hou daar mee op!” snauw ik, ternauwernood het pakje uit de lucht vissend “Ik zie de manager al aankomen!”

“Als jij gezonde dingen in je kar legt, ik kwam potverdorie net op tijd!” Berispend bengelt hij aan mijn oorlelletje, totaal ontspannen en volkomen in zijn sas. 

Keurend peutert hij met een piepklein vingertje in mijn oor, monstert zijn 'vangst' en deelt me mee: “Ge moogt uw oren al ne keer uitkuisen.”

Bijna in shock van die rare bewaarengel neem ik een besluit.  Gewoon gelijk geven!  Ik mompel “Ja, ja ..." kijk even rond en gooi een doosje wattenstaafjes in de kar.

“Zo hoor ik het graag.” zegt hij tevreden, “O, ik moet gaan, ik zie daar mijn favoriete collega-bewaarengel!

En met een plopje is hij weer weg.

Ik blijf even stom van verbazing bij zijn plotse vertrek, en kijk naar mijn winkelkarretje: eigenlijk had hij wel gelijk met al die goede raad.

Veel te laat denk ik aan de gsm die in mijn handtas zit. “Ik had kunnen doen alsof ik aan het telefoneren was!” denk ik plots.

“Ik wist wel dat je’r zelf ging opkomen !” plopt hij tevreden pal voor mijn neus.

Ik grabbel vlug mijn gsm onder uit mijn handtas, en babbel in het toestel “ Ik ben ook blij dat ik je heb hoor!” en ik vervolg “ Als ik thuis ben krijg je de grootste knuffel ooit!”

Gierend van het lachen bij zoveel spitsvondigheid maakt hij nog een laatste looping door de groentenafdeling, en dan is hij weer weg.

Helemaal gelukkig doe ik de rest van mijn boodschappen. Waar moderne technologie al niet goed voor is!

 

Bewaarengel: Gadver zeg!

 

Bewaarengel - Gadver zeg!

 

Geschreven door dulcera op 07-05-2005 om 15:37:03.

 

Alhoewel ik het eigenlijk beter niet zou doen, neem ik toch maar het laatste stuk chocolade uit de snoeptrommel.

“Dat zou ik nu niet doen als ik jou was!”

Ik schrik me half dood terwijl in mijn linkerooghoek een verbluffend schepseltje opduikt.

“Oegh! Wat ben jij!” gil ik.

“Je bewaarengel !” zegt het dikke, kleine ventje op een toon die geen tegenspraak duldt.

Hij heeft alleen een soort van luier om, mollige korte armpjes en beentjes, een toefje mislukt borsthaar, zijn aureooltje zit scheef en hij ziet er helemaal niet engelachtig uit.

“Oh?” twijfel ik. “Ik dacht dat engeltjes lieve, kleine frêle wezentjes waren?”

Monsterend bekijk ik hem nog eens goed.

“Daar heb je een punt, de meeste zien er ook zo uit,” Hij trekt zijn afzakkende luier op en vervolgt. “maar je gebruikelijke engel is overspannen en sinds ik toch zonder werk zat…”

“Stuurden ze jou om me te helpen?”

“Ja !” Hij zegt het verrukt, bijna euforisch, terwijl hij van pure vreugde zijn armpjes in de lucht gooit en er zelf een salootje achterna maakt.

“Dit is echt een promotie voor mij hoor! Ik ben van plan om dit heel erg goed te doen!”

Het gezicht dat hij erbij trekt is goddelijk.

“Promotie?” vraag ik, nieuwsgierig ineens, “Wat deed je dan vroeger?”

Hij kijkt peinzend, een vingertje op zijn kin en hij twijfelt, zo veel is me wel duidelijk, “Eigenlijk mocht ik dit niet verklappen ..." ik merk aan zijn snoet dat hij een besluit neemt: "maar ik zeg het toch … ik was plaaggeest…” Koket fladdert hij vlak voor mijn gezicht, met een uitdrukking van 'wie doet me wat' op zijn niet-engelachtig snoetje.

“Oh, boy!” zeg ik verschrikt, “Dat gaat hier nog geestig worden.”

Blij kijkt hij me aan, “Yep, dat denk ik ook!” en van pure vreugde vliegt hij nog eens een rondje boven mijn hoofd.

 

14-10-06

Chocolade en pecannootjes

Geschreven door dulcera op 11-02-2006 om 22:41:27.

 

 

Chocolade en pecannootjes

 

Zo nauwkeurig hij maar kon, goot Albert de gesmolten chocolade in de vormpjes. Het zouden mooie hartjes worden die hij kon versieren met krullen sierlijk gespoten chocolade, marsepeinen vlindertjes en suikeren bloemetjes.

Voorzichtig goot hij het teveel weer uit de vormpjes, zette ze aan de kant en goot de volgende reeks vol. Hij bleef dit ritueel herhalen.Albert was al jaren de meesterchocolatier van het kleine bedrijfje. Ze gingen er prat op dat ze de fijnste chocolade maakten, met de meest zuivere ingrediënten. Als één van de weinigen maakten ze gebruik van fair trade producten. De chocolade werd gemaakt van cacaobonen

waar ze een eerlijke prijs voor betaalden, de suiker kwam van gecontroleerde plantages en de nootjes werden gepeld door volwassenen, niet door kinderen zoals

zo vaak het geval was.Mijmerend keek hij naar de foto op de verpakking van de nootjes: er stonden donkere vrouwen op die aan een lange tafel gezellig de nootjes kraakten en pelden. Op de achtergrond zag hij veel groen, en lage huisjes waar de noten lagen te drogen. De vrouwen lachten vriendelijk naar de fotograaf, maar vooral de dame links vooraan was zijn favoriet. Ze had smaragdgroene ogen en een parelwitte glimlach. Hij had die foto van een verpakking

gehaald en opgehangen in het atelier. Soms droomde hij wel eens weg naar haar wereld, fantaseerde hij dat hij een ranke donkere man was, en dat hij haar tot de zijne kon maken. Peinzend bekeek hij dan zijn profiel in de weerkaatsing van de oven. Hij

had door het vele snoepen een ferme buik én hij begon al wat te kalen, en wist dan dat het dagdromen waren. Hij zou nooit de identiteit van de dame kunnen achterhalen,

laat staan dat hij de durf zou hebben om haar ook echt te gaan bezoeken. Hoofdschuddend, om zijn eigen gekke ideeën, ging Albert verder met zijn werk. Om zijn gedachten te verzetten,

zette hij de radio aan. Uit de luidsprekers klonk Helmut Lotti met Asimbonanga. Terwijl hij verder werkte

zong hij het liedje uit volle borst mee: ‘Asimbonanga... Asimbonanga ’umfowethu thina.’

 

*

 

Zo nauwkeurig ze maar kon kraakte en pelde Tara de pecannootjes. Voorzichtig legde ze de nootjes bij de rest op de stapel. Ze knikte even goedkeurend toen ze zag hoeveel werk ze al gedaan had en deed verder. Een paar plaatsen van haar weg zat haar beste vriendin

Okie ook nootjes te pellen. Ze was spontaner dan Tara en hield ervan om af en toe eens in een liedje uit te barsten. Een paar maanden geleden waren de mensen van Oxfam langs geweest. Ze hadden toen kaartjes gekregen

om naar een optreden van ene Helmit Lotto of zoiets te gaan kijken. Een mager schriel mannetje dat in het Zuid-Afrikaans probeerde te zingen. Het leek nergens

naar! Maar ze hadden zich wel heel goed geamuseerd.

Blozend dacht ze terug aan hoe die magere kip haar op het podium had getrokken om met hem mee te zingen. Ze moest nog steeds grijnzen als ze aan die gekke avond terugdacht. Okie begon uit volle borst Asimbonanga te zingen. Al snel zong iedereen aan de tafel enthousiast mee:‘A seagull wings across the sea

Broken silence is what I dream

Who has the words to close the distance

Between you and me.’

Het was aangenaam werken op de pecannotenplantage, dacht Tara. Ze had geboft toen ze hier jaren geleden aan de slag kon. Elke week kreeg ze een eerlijk loon. Er was een schooltje voor wie kinderen had. Zelf kon ze tijdens het pellen wat woordjes Engels leren. Elke dag kwam er iemand van het kantoor een uurtje les geven. Dat was elke dag weer gezellig en leerrijk. Triest dacht ze aan de omstandigheden waarin haar jongere zusje moest werken. Het kind was amper vijftien en moest elke dag in een hotel voor een hongerloontje poetsen en wroeten.Nee, dan was zij beter af.

 

*

 

Albert was klaar met het vullen van de holle vormpjes en wou verdergaan met het caramelliseren van de nootjes. In een grote pan goot hij de nootjes en hij zette met één hand de gasbrander al open terwijl hij met de andere hand de zak uitgoot. Het ‘kling’ van iets metaligs wat in de pan viel deed hem nieuwsgierig in de pan kijken. Verbaasd viste hij een mooie gegraveerde gouden ring uit de pan. Het leek een oud, bijna antiek kleinood te zijn en de inscriptie Frederiqué 1806 bevestigde dat. Terwijl hij de ring in zijn handpalm hield dacht Albert na.Wat kon hij nu doen?

 

*

 

In paniek doorzocht Tara de zakken met nootjes. Toen ze naar huis wou gaan, had ze gemerkt dat grootmoeders ring van haar vinger was gegleden. Okie was haar meteen te hulp geschoten. Samen goten ze voorzichtig de zakken over. Zonder succes. Plots herinnerde Tara zich dat de eerste zakken deze ochtend vroeg al opgehaald waren door de vervoerders.

Wanhopig keek ze haar vriendin aan, tranen prikten in haar ooghoeken.‘We zijn te laat Okie! De ring zit in één van de zakken

die deze ochtend opgehaald zijn!’Okie keek haar vastbesloten aan.‘Dan gaan we naar de haven en zoeken we tot we de juiste zak noten gevonden hebben!’Moedeloos liet Tara haar schouders zakken.‘We geraken nooit tot bij de loods. En dan nog, hoe gaan we daar ooit mijn ring terug vinden?’Ze keek triest toen ze aan het enige aandenken van haar oma dacht. Ze deed de ring nooit uit, hoe kon hij nu ineens van haar vinger gegleden zijn?‘Mijn broer werkt toch in de haven? Die smokkelt ons wel binnen!’, zei Okie slim. Ze keek naar Tara. ‘Komaan Tara, het gaat over je ring!’ Enthousiast porde ze haar vriendin aan.Tara besloot het waterkansje te grijpen. ‘Oké, wie niet waagt…’En ze liepen naar de haven.

 

*

 

Albert was niet lang naar de ring blijven kijken. Nadat hij hem in een mooi doosje had gestoken – het kleinste chocoladedoosje dat ze in de zaak hadden – belde hij tijdens zijn middagpauze het hoofdkwartier van Oxfam.  Na drie keer te zijn doorverbonden, had hij uiteindelijk een dame met pit te pakken en kon hij zijn wonderlijke vondst melden.

‘Dus u heeft een ring gevonden in een zak pecannoten?  En wat wilt u nu doen? U mag hem houden hoor’, wist de dame aan de telefoon.

‘Ehh… ik vermoed dat de eigenaresse haar ring zeer graag terug zou willen. En ik wil die heel graag terugbezorgen’,  had Albert naar waarheid gezegd.

‘Ah, dat is zo lief van u, de meesten zouden de ring gewoon zelf houden! Wacht, ik heb een idee: ik kijk even of ik een internetaansluiting vind voor de betreffende plantage. Een ogenblikje.’

Albert hoorde de dame ijverig tikken op haar klavier en wachtte geduldig.

‘Heeft u thuis internet meneer?’, vroeg ze. ‘Ik kan u een e-mailadres van de plantage geven. Dan kunt u zelf informeren of er iemand een ring verloren heeft.’

Albert had zijn e-mailadres doorgegeven. Toen hij ’s avonds zijn pc aanzette, kwam er al meteen een e-mail binnen van de telefoniste. Ze wenste hem veel succes bij het vinden van de eigenaresse van de ring. Ze had twee e-mailadressen en een internetsite bijgevoegd.

 

*

 

‘Tara, Tara! Je ring is gevonden!’ Tara keek verrast op van het nootjes pellen. Voor haar stond iemand van het kantoor. Ze had de man al eens gezien, maar hem nog nooit eerder gesproken. Verlegen boog ze voor haar overste. Ze durfde hem bijna niet aan te kijken.

‘Je ring! Die je kwijt was! Hij is gevonden! Door een man in België!’

Verbluft keek ze hem aan. ‘Hoe? Gevonden? Hoe dan?’

Ze had al twee weken lopen treuren omdat ze haar ring kwijt was. Samen met Okie was ze nog naar de haven gerend, maar het schip was al uitgevaren. Iedereen op de plantage wist hoe triest ze was.

‘Hij heeft ons een brief gestuurd via de computer!’, vertelde de man. ‘Hij heeft je ring gevonden!’ Enthousiast keek hij haar aan.

 

*

 

Albert liet er geen gras over groeien. Toen hij eenmaal wist waar de eigenaresse van de ring te vinden was, had hij vrij genomen.Via een connectie in de haven van Antwerpen was hij aangemonsterd op een bananenboot naar Zuid-Afrika, als kok. Albert hield niet zo van vliegen en vliegtuigen. Dit was uiteindelijk de goedkoopste oplossing. Om in de keuken met chocolade te kunnen werken had hij het hoogstnoodzakelijke meegenomen: een grote marmeren plaat, thermometers, vormen en een speciaal toestel om de chocolade te smelten. De matrozen waren gek op zijn chocoladegebakjes.Albert genoot van de reis. Eindelijk had hij eens het lef gehad om iets wilds te doen! Elke avond keek hij, voor het slapen gaan, naar de fonkelende ring en de foto van de mysterieuze vrouwen met hun parelwitte glimlach.

 

*

 

Tara zat te giechelen met Okie aan de grote tafel.‘Morgen komt hij!’, had de kantoorbediende deze ochtend gezegd. ‘De boot moet alleen nog ingeklaard worden, en dan mag hij aan wal komen!’

‘Stel je voor dat het een lelijke oude man is!’, plaagde Okie haar vriendin. ‘En dat hij denkt dat jij aan zijn voeten gaat vallen!’

Twijfelend keek Tara haar vriendin aan. Zo’n bleekscheet die denkt dat hij met zijn dollars een vrouw kan kopen – zou het zo iemand zijn? Peinzend dacht ze aan de woorden van haar kleine zusje: ‘Die blanke mannen denken dat ze vrouwen kunnen kopen met geld. Ze gebruiken je en gaan dan weer weg!’

Zou deze man ook op zoek zijn naar een avontuurtje?

 

*

 

Voorzichtig haalde Albert de chocolade lekkernijen uit de vormpjes. Hij wou morgen niet alleen met de ring komen, maar wou ook laten zien hoe de nootjes in zijn chocolaatjes verwerkt werden. Hij had lekkere pralines met pecannootjes gemaakt en in mooie doosjes verpakt. Omdat het in Zuid-Afrika toch wat warmer was dan in België, had hij ze in een koelbox gelegd. Voor Tara had hij een doosje vol met chocolade ringen gemaakt. Hij had haar ring gebruikt om een vormpje te maken en als verrassing had hij wel 30 ringetjes in chocolade gegoten. Morgen zou ze haar eigen ring zien schitteren tussen chocolade juweeltjes. Hij hoopte dat ze dat een fijne verrassing zou vinden. Nadat hij de scheepskombuis had opgeruimd, ging Albert uitwaaien op het dek. Hij voelde een stevige bries die vreemde opwindende geuren meevoerde. Op de kades zag Albert een bedrijvigheid die je in Antwerpen niet meer zag. Donkere mannetjes holden van hot naar her tussen de kranen en zware machines door. Glimlachend sloeg Albert het schouwspel gade, leunend over de reling.Nog één nachtje slapen en dan mocht hij, eindelijk!

 

*

 

Tara klopte zenuwachtig op de deur van het kantoortje. Achter haar stonden Okie en de andere vrouwen te giechelen en te lachen. Ze waren bijna even nerveus als zij zelf was.

‘Kom maar binnen Tara!’, nodigde de kantoorbediende haar uit. ‘Ik ben heel blij dat ik je mag voorstel len aan meneer Albert Callebaut!’

Met een handgebaar van Albert naar Tara stelde hij hen aan elkaar voor.

Albert wist niet meer wat zeggen. Voor hem stond een wondermooi jong meisje, met smaragdgroene ogen – het meisje van de foto!

‘Ni-nice te-to m-meet you…’, stotterde Albert, helemaal ondersteboven van de verschijning van deze ranke, elegante jonge vrouw.

Bedeesd schudde Tara hem de hand.‘Wat een dikkerdje!’, schoot door haar hoofd.

Toen ze zag dat hij minstens zo verlegen was als zij kon ze een glimlach niet tegenhouden.

De kantoorbediende sloeg het tafereeltje grijnzend gade. Hij besloot in te grijpen.

‘Mister Callebaut heeft je ring gevonden Tara’, vertelde hij, met een knikje naar Albert.

‘O ja, juist!’, stamelde Albert. Hij haastte zich om de koelbox open te maken.

‘Ik wil graag beginnen met mijn cadeautje voor jou, Tara.’ Terwijl hij het doosje met de ringetjes opdiepte, groeide het zelfvertrouwen van Albert weer, en herinnerde hij zich de speech die hij voorbereid had.

‘Op deze wondermooie dag wil ik je een blijk van vriendschap en waardering geven. Omdat jij er elke keer weer voor zorgt dat ik dankzij jouw zorgvuldig gepelde nootjes de lekkerste chocolaatjes kan maken.’ Hij nam het doosje met de chocolade ringen uit de koelbox, en gaf het aan Tara.

‘Zou je deze blijk van waardering willen aanvaarden, Tara?’

Dit had ze niet verwacht. Ze stond met een mooi versierd gouden doosje in haar handen, en prutste voorzichtig het satijnen lint los. Onder het deksel lagen ontelbare ringen – dezelfde als de hare maar dan van chocolade – en in het midden schitterde haar eigen vertrouwde ring.

Ze haalde het kleinood uit het doosje en schoof het met een gelukkige glimlach weer aan haar vinger. Met een triomfantelijk gebaar liet ze haar hand zien aan Okie en de andere meisjes die nog steeds in de deuropening stonden. Lachend juichten en applaudisseerden haar vriendinnen.

Albert gloeide van trots.

‘Dank je, dank je zo heel erg veel!’, zuchtte Tara, terwijl ze voorover boog om Albert een zoen te geven.

‘Ik ben zo blij dat ik mijn ring terug heb!’

Albert boog zich voorover om de zoen in ontvangst te nemen, hij zag hoe haar smaragdgroene ogen fonkelden…

 

*

 

‘Albert! De nootjes staan te verbranden!’ Met een kreet trok de jongste leerling de pan van het vuur, terwijl Albert ruw uit zijn dagdroom werd gerukt.

‘Wa-wa-watte?’ Beduusd keek hij van de pot met verbrande suiker naar de leerling die hem verwijtend aankeek.

‘Stond je te slapen soms?’, vroeg deze hem.

Albert wreef nadenkend over zijn kin.‘Ik denk het, ja’, mompelde hij, terwijl hij naar de foto van de donkere schoonheden keek.

Ondeugend vroeg de leerling-chocolatier: ‘En? Was het de moeite?’

‘Ja, nogal’, zei Albert zonder na te denken. Een blos steeg naar zijn wangen.

Een vette knipoog deed hem nog meer blozen. Om zichzelf een houding te geven, ging hij naar het magazijn voor een nieuwe zak pecannootjes.

De leerling had ondertussen al een schone pan op het vuur gezet. Albert hoefde alleen nog maar de nootjes erbij te gieten.

Met één hand draaide hij de gasbrander wat meer open, terwijl hij met de andere hand de zak uitgoot.

Het ‘kling’ van iets metaligs wat in de pan viel, deed hem nieuwsgierig in de pan kijken.

‘Wat was dat?’, vroeg de leerling nieuwsgierig.

Verbaasd viste Albert een mooie gegraveerde gouden ring van tussen de nootjes. Het leek een oud, bijna antiek kleinood te zijn, en de inscriptie Frederiqué 1806 bevestigde dat.

‘Een ring!’, wist de leerling geheel naar waarheid te zeggen.

Albert keek hem vreemd aan, terwijl hij de ring in zijn handpalm hield dacht hij na. Wat kon hij nu doen?

 

~~~«Eind»~~~

 

13-10-06

Sex-shop "The all night stand"

“Belgen zijn dom!”

“Hollanders zijn betweters!”

Als kemphanen, of beter gezegd: kempkiekes, stonden de twee recht tegenover elkaar.

Hoe had het toch zo ver kunnen komen?

Hun plan was goed, ze zouden samen, vooruitstrevend als ze waren, een sex-shop openen in Vlaanderen en tegelijkertijd ook ééntje in Nederland.

De locaties vinden was ietsje moeilijker, maar niet onoverkomelijk. De Nederlandse shop zou openen in Rotterdam, de Vlaamse in Brugge.

De Brugse shop zou sex-snoepjes, vrouwvriendelijke speeltjes en handige lectuur verkopen:in handtasformaat!  De sexy Nederlandse zou hem met zwier, flair en kennis van zaken openhouden.

De Rotterdamse zaak zou ietsje harder mogen zijn, Nederlanders zijn al wat gewend wat dat betreft, en mikte vooral op het “sexy lingerie”segment: geen lectuur, (Wie gaat er nu lezen als hij lekker kan vrijen?) maar wel video’s en speeltjes in levensechte vormen en maten. De schone, rustige Vlaamse deerne zou met raad en daad de klanten adviseren.

Een naam kiezen was andere koek … die was niet in een “wip” gekozen!

Uiteindelijk besloten ze dat “All night stand” een waardige naam was: het klonk speels en hield een zekere belofte in. Ja, ja, de dames van plezier waren heel erg goed bezig.

Op 14 februari openden plechtig de beide deuren, simultane penetratie als het ware.

Maar de stormloop bleef uit.

De Vlamingen hoefden de opdringerige, arrogante Nederlandse trut niet, en vonden dat accent maar niets.

De Nederlanders waren al zo veel gewend, na een eerste nieuwsgierige blik hadden ze het wel gezien, de Vlaamse verkoopster vonden ze trouwens een echte kwezel en ze hadden er pret in om haar te doen blozen door intieme vragen te stellen.

Uitgeblust vond er een Belgie – Nederland treffen plaats, en al vlug ging het gesprek de verkeerde kant uit. Alle registers werden opengetrokken om elkaar de schuld te geven van het falen van hun project.

“Hollanders weten niet hoe ze moeten genieten, ze praten en plannen maar doen niks!”

“Belgen zijn corrupt, en ongezond, ze leven volgens hoe meneer pastoor het zegt!”

Hun zaakje was ten dode opgeschreven.

De Nederlandse verkoopt nu espresso, en af en toe durft ze nog wel eens een pittig gevormd chocolaatje bij de koffie te leggen.

De Vlaamse had haar zaakje overgelaten aan een grote keten.  Ze had er nog een lief centje, in het zwart, aan overgehouden en werkt nu als verkoopster in de Brugse zaak.

Ze drinkt nooit espresso, een mens kan immers niet voorzichtig genoeg zijn…

 

01-10-06

Professional, of dweil?

 

Ik ben al een poosje een enthousiaste vrijwilliger die maandelijks de redactie van de “Gezôarse Weetjes” op zich neemt: het uittypen van de teksten, een aangename lay-out maken en het resultaat naar de drukker brengen. Uiteindelijk krijgen de inwoners van ons dorp dan elke maand - gratis - een in tweeën gevouwen A4’tje in hun bus. Ze vinden er een kalender met activiteiten in en een aantal interessante weetjes over het dorp.

Elke maand is het weer een race tegen de tijd om het dorpskrantje de 16de van de maand bij de drukker te krijgen, de uiterste deadline, die ik elke maand weer met heel veel bloed, zweet en tranen probeer te halen.

 

“Zo! Het staat erop!”

Opgelucht leun ik even achterover, blij dat mijn werk voor deze maand er weer op zit.

“En nog maar kwart voor zeven, ik heb een nieuw record gebroken!” lach ik tevreden, “Morgen nog eens nalezen op foutjes, en dan naar de drukker.”

“Juich maar niet te vlug!” vindt mijn man, “Je kent de mensen hier toch? Tot middernacht van de 15de van de maand die voorafgaat aan hun activiteit mogen ze nog berichtjes komen afgeven, je zal zien dat er zo meteen weer eentje aan de deur staat!”

“Oh, zwartkijker!” repliceer ik, “deze maand ga ik geluk hebben! Zeker weten! En daarbij, vóór middernacht, dat neemt toch niemand ernstig?”

“Tja, je zal altijd zien dat er vroeg of laat iemand het wel ernstig neemt he?”

“Deze maand niet!” zeg ik beslist, “ze mogen op hun knieën voor me op de grond vallen, ik neem geen nieuwe artikeltjes meer aan. Het is af en het blijft af!”

Maar … O, cliché, natuurlijk gaat de bel.

Mijn hart slaat een slagje over, en ik kijk mijn man aan.

“O, nee! Jij gaat toch geen gelijk krijgen ?” vraag ik, een klein beetje verontrust.

“Tuurlijk wel!” zegt hij plagend.

“Maar het zal van deze keer niet waar zijn hé! Het krantje staat nu al propvol, er kan écht niets meer bij!” zeg ik, meer om mezelf te overtuigen dan mijn man.

“Ja, ja, tot ze je vragen om er nog iets tussen te zetten, en dan doe je ’t toch weer!” weet hij zeker, “Op dat punt ben jij een echte dweil!”

“Ha zo! Ik ben een dweil? Wel, deze keer niet!” zeg ik beslist, terwijl ik naar de deur ga.

Daar staat een oudere heer, zijn naam ken ik niet, maar ik weet dat hij voorzitter is van een bond voor gepensioneerden in ons dorp.

“Hey Tieneke.” zegt hij, iedereen kent mijn naam, maar alleen de ouderen maken er Tieneke van,

”Ik weet dat het op ’t nippertje is, maar zou je nog iets in de weetjes kunnen bijzetten?” zonder op mijn antwoord te wachten gaat hij verder, “Ik ben dit berichtje vergeten doorgeven, normaal doet mijn vrouw me daar aan denken, maar ze was ziek, niets ergs hoor, een gewoon verkoudheidje, maar op onze leeftijd kan dat ernstig zijn en …”

“Kom binnen, ik zal eens zien wat ik nog kan forceren.” nodig ik hem uit.

“Allez, vooruit, omdat je aandringt” zegt hij, en stapt binnen.

“Koffietje?” vraag ik, en ik loop al naar het apparaat.

“Ja, dat zou smaken, “ zegt hij “ik sla niet af dan vliegen!”

“Is je vrouw ondertussen volledig hersteld?” vraag ik, terwijl ik het apparaat vul.

“Ja, ja, ze is flink ziek geweest, ze moest zelfs het bed houden, maar nu is ze weer op de been, nog wat slapjes, maar het komt wel goed.”

Ik zet twee kopjes en nodig hem uit om naast me voor de pc te komen zitten.

“Laat je berichtje eens zien?” vraag ik terwijl ik het bestandje openklik waar mijn Weetjes op staan.

“Hier!” zegt hij, en hij haalt een verfrommeld papiertje uit zijn jaszak. Met bevende hand probeert hij de kreuken wat glad te strijken, vooraleer hij het me toesteekt.

“Oei! Vijf regeltjes!” tel ik al nog voor ik begin te lezen “Dat gaat proppen worden, mag ik het een beetje inkorten?”

“Goh …, ja …, als ’t niet anders kan,” zegt hij twijfelend, “wil je er dan een kadertje rondzetten?” vraagt hij “Dan valt het wat meer op.”

Vlug haal ik alle hoofdzaken uit zijn berichtje en bedenk een nieuwe, kortere tekst.

Inwendig vloek ik, een kadertje, waarom niet? Je geeft ze een vinger en ze nemen een hand!

“Je hebt dat precies nog al gedaan!” grapt de man, terwijl hij mijn bewegingen aandachtig volgt.

“Elke maand opnieuw hé?” repliceer ik, terwijl ik lief blijf lachen.

Ik plak het berichtje tussen de kalender en merk dat mijn lay-out te lang wordt voor de pagina,

“Dju toch!” mompel ik, “Nu moet ik alles weer aanpassen!”

Terwijl ik mijn lettertype een half puntje kleiner maakt, roert de man in zijn koffie. Ik kopieer en plak en speel met de opmaak, en na een paar minuutjes is alles weer netjes uitgelijnd. Er staat een kadertje rond zijn berichtje en ik heb er zelfs nog een kleine illustratie bij gezet.

“Voilà! ’t Staat er al tussen! Tevreden?” vraag ik hem.

Aandachtig bestudeert hij het scherm.

“Kan het niet vooraan in de kalender staan?” vraagt hij.

Oh, ja, natuurlijk, meneer wil meer! Inwendig foeter ik, terwijl ik probeer om te blijven lachen.

“Tja, ik schik ze op datum hé? Jouw berichtje komt dan vanzelf ergens in het midden.” leg ik, uiterlijk kalm maar inwendig kokend, uit.

“O, op die manier … Dat tekeningetje vind ik ook niet zo mooi.” zegt hij keurend.

’t Was te denken, meneer gaat kritisch worden, waarom doet hij het zelf niet, als hij het toch zo goed kan? Mijn hoofd begint stilletjes aan over te koken en het kost me moeite om kalm te blijven.

“Dat is een eyecatcher, zo wordt de aandacht naar je activiteit getrokken, de vorm maakt niet zo veel uit hoor, als het maar opvalt!” ik begin me een kleuterjuf te voelen.

“Tja, je zal wel weten wat je doet zeker?” hij zegt het op een toontje dat doet vermoeden dat hij het tegendeel denkt.

“Meestal wel hoor!” stel ik hem gerust.

“Allez vooruit, ik zal er maar wat vertrouwen in hebben zeker?” zegt hij.

De drang om hem een mep te verkopen wordt wel erg groot, en met veel moeite pers ik een zuinig glimlachje te voorschijn.

“Ik kan niet meer doen dan mijn best he?” zeg ik zuinig.

“Dat is ook waar, en ’t is een schoon werk dat je dat elke maand weer doet, er moesten er meer zijn zoals jij, de wereld zou er veel mooier uitzien!” zegt hij ineens met overtuiging.

Val nu dood, eerst te bot en nu te zot! Verbluft zoek ik naar woorden.

“Oh, ik ben het gewend en ik doe het graag,” verzeker ik hem, terwijl ik nog steeds perplex zit door die plotse ommezwaai.

Hij drinkt zijn koffie en vertelt nog wat over de bezigheden van zijn vereniging en de verkoudheid van zijn vrouw, vooraleer hij weer opstapt.

“Bedankt voor de koffie!” groet hij me nog, en dan is hij weg.

Ik blijf even stil zitten.

“Ja, ja, het ging deze keer niet waar zijn!” lacht mijn man, “Dweil!” vervolgt hij plagend.

“Oh, ik kon die man toch niet teleurstellen?” vind ik, terwijl ik zijn armen probeer te ontwijken.

“Dat kon je wel, maar zo ben je niet.” weet hij, terwijl ik dan toch maar die knuffel onderga.

“Gaan we uit eten?” vraagt hij “Je hebt zo hard gewerkt en zo komt er zeker niemand nog storen!”

“Naar de Italiaan?” vraag ik lief en ik bijt plagend in zijn nek.

Daar kan hij nooit weerwerk aan bieden, ook deze keer niet, merk ik gniffelend.

“Kom, neem je jas, we zijn ermee weg!” ineens trappelt hij van ongeduld.

Ik laat me dat geen twee keer zeggen, en een half uurtje later zitten we romantisch aan tafel.

 

“Het was geen makkelijk mannetje, daarnet hé?”

“Nee, ik had op het eind echt zin om hem een mep te verkopen, maar ik kon me nog net inhouden.” zeg ik peinzend.

Hij schatert het uit.

“Je bent en je blijft een dweil jij!”

“Nee, ik ben een schrijver!” zeg ik droog “En een echte professional, ze mogen zo tien van die lastige klantjes bij mij binnensmijten, dan laat ik me nog niet uit mijn lood slaan!” ik probeer ernstig en slim te kijken terwijl ik het zeg, maar weet dat hij zo door me heen kijkt.

“Daar drink ik op!” zijn ogen fonkelen, en hij klinkt met zijn glas tegen het mijne.

“Op echte professionals” zeg ik lachend.

“Nee, op schrijvende dweilen!” plaagt hij.

Ah … die mannen moeten toch altijd het laatste woord hebben, denk ik en ik proost met hem mee.

 

Veel te vlug is de avond voorbij en staan we weer thuis, een paar minuutjes voor middernacht.

Gewoontegetrouw kijk ik nog even vlug in de brievenbus. Mijn hart slaat een slagje over als ik een envelopje vind.

Het zal toch niet waar zijn? Ik herken het handschrift van de man van de gepensioneerdenbond.

“Wat nu? Nog iets voor in de weetjes?” komt mijn man nieuwsgierig kijken.

“Ik denk het, ’t is van die man van deze avond nog,” onzeker kijk ik hem aan, “doe jij ‘t maar open en als het een berichtje is dan heb ik het niet meer gevonden!” ik steek hem het briefje toe en kijk hoe hij het openmaakt en er een kaartje uithaalt.

“Hmmm, … zo, zo, … tja … wat gaan we hier nu mee doen?” plagend steekt hij me het kaartje toe.

“Lees zelf maar,” moedigt hij me aan “het is een leuk berichtje!”

Ik plooi het kaartje open en lees: een welgemeende “Mercie” voor het elke maand opnieuw weer plaatsen van onze berichtjes in het dorpskrantje, met sympathieke groet, Gilbert Verplancken.

Ik schiet in de lach “Ah, die mannen toch? Eerst maken ze je het leven zuur, en dan komen ze’t weer goed maken!”

Mijn man geeft me een vluchtige knuffel en gaat dan om twee glaasjes port, “Ben jij nu een dweil, of een professional?” vraagt hij.

“Ah, een dweil of een professional, wat maakt het ook uit, het is wat ik graag doe en dat is me al eens een lastig klantje waard!” zeg ik proostend, en daar drinken we op!

 

-~Eind~-

 

****************************************************

Geschreven door Dulcera op 18-04-2006 om 15:41:00.

 

Noot van de schrijfster: dit verhaaltje is een "folieke", en zeker niet echt gebeurd zoals het hier beschreven staat!  De persoon Gilbert Verplancken bestaat ook helemaal niet (laat staan dat die arme man zijn vrouw ziek zou zijn) Het geheel is geschreven naar aanleiding van een uitgave van "schrijversplaza", de opdracht was om iets te schrijven over het schrijversleven, en bij gebrek aan inspiratie kwam ik uiteindelijk met dit op de proppen .... geschreven ter ontspanning, en zonder ook maar één momentje ernstig te willen zijn!

 

22:37 Gepost door Dulcera in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (1) | Tags: professional, dweil, schrijven, vrouw, man |  Facebook |