23-01-07

Deel 4: De orde van de grijze steunkous.

De orde van de grijze steunkous, deel 4: Niet denken, doen!

 

“Felix Lapsus! Wat moet dit voorstellen?”

Ruw werd Felix uit zijn middagdutje gewekt door de boze stem van zijn baas, die een blad papier voor zijn neus heen en weer wapperde.

“Wa, wa, wasseraandand?” stamelde hij, nog half in dromenland.

“Wat er aan de hand is? Wat er aan de hand is? Ik ga je zeggen wat er aan de hand is! Die vervloekte kwezels gaan ons een proces aan onze broek lappen omdat ze geen toestemming gaven voor die reclame van u!”. Met een hoofd rood van razernij hing de baas boven Felix.

“Huh? Ik dacht dat dat een gesloten orde was? Hoe zijn die dat te weten gekomen?”. Felix wreef zich verwonderd in het haar.

“Hoe moet ik nu weten hoe die nonnen hiervan lucht hebben gekregen? Ze zijn er van op de hoogte gekomen en ze dreigen met een proces! Wat ben jij van plan daar aan te doen?”

Felix keek zijn chef peinzend aan.  Deze verwachtte dat hij iets deed, en koortsachtig dacht hij na.

“Ze dreigen ermee? Kunnen we niets regelen dan?” vroeg hij voorzichtig.

“Die campagne heeft al mooi geld opgebracht. Het zou jammer zijn als we ze moesten stoppen.”

“Doe dat dan!”  Zijn meerdere smakte het blad papier op het bureau.  “Hier. Er staat een telefoonnummer van ene broeder Petrus op die brief, bel die man op en doe je best!” en met een luide klap sloeg hij de deur achter zich dicht.

Zonder er verder bij na te denken nam Felix de brief vast, zocht met zijn vinger het telefoonnummer op, nam zuchtend met zijn andere hand de telefoon vast, klemde hem tussen zijn wang en zijn schouder en toetste het nummer van die broeder Petrus in.

“De orde van de Gramschaploze ontvangenis van God, broeder Petrus luistert.” klonk het aan de andere kant.

Verrast door de zware bariton was Felix even het noorden kwijt.  “Eugh... Felix Lapsus, verkoper van de firma Sokken en Kousen.” stamelde hij, “Ik eugh ... heb uw brief hier bij me liggen.”

“Ah! Meneer Lapsus! Ik heb met u een flink eitje te pellen”, bromde broeder Petrus de man toe.  “We zijn niet gelukkig met uw reclamecampagne. Helemaal niet gelukkig ... “.

Broeder Petrus deed zijn best om zo boos mogelijk te klinken, want eigenlijk wist hij al lang wat hij van de man wilde.

“Ja, eugh ... tja ... kunnen we dit niet oplossen?” vroeg Felix.

“Wel, luister goed, ik ga u dat hier direct eens zeggen zie!” beet broeder Petrus hem toe. Hij vertelde kort wat hij precies van Felix verwachtte.

“O, ik denk dat mijn baas hier wel mee gaat kunnen leven ...” Felix vond dat het al bij al nog meeviel.

“Gij moet niet te veel denken, gij moet doen!” maande broeder Petrus hem aan tot actie.  “Ik wil tegen vrijdag een schriftelijk akkoord dat je bedrijf mijn voorstel aanneemt of er komt evengoed nog een proces van!”, ging hij dreigend verder.  “En dan gaan jullie er NIET zo goedkoop vanaf komen!” Hij benadrukte de ‘niet’ en na een kort afscheid eindigde broeder Petrus het gesprek, Felix verward achterlatend.

“Man, man, man. Van alle gekke voorstellen die ik al ooit hoorde is dit wel ...”

Hoofdschuddend ging hij naar de baas om hem te vertellen over de minnelijke schikking die broeder Petrus had voorgesteld.

 

*

 

“Tania! Heb je dit al gelezen?” Inge kwam met een krant aanlopen. Ze zaten gezellig met vijf meisjes op kot. Samen huurden ze een appartementje in Gent. Dat was handig, want ze waren alle vijf laatstejaars verpleegkunde en onafscheidelijk.

“Kijk, mijn tante stuurt me dit. Een wedstrijd in ons dorp; De hoofdprijs is een reis naar Calcutta!”

Tania was meteen bij de les. “Naar Calcutta! Jee zeg! Als we dat konden winnen!” De meisjes droomden al van bij het begin van hun opleiding over een stage in Calcutta. Het was hun droom om de nonnetjes van een orde uit hun geboortestreek te bezoeken en mee te helpen met het verzorgen van de patiënten. Helaas was de reis te duur en bleef het bij dromen.

“Zou het niet mooi zijn als we deze wedstrijd wonnen en deze zomer samen naar Calcutta konden?” Inge was door het dolle heen. Ze rook een buitenkansje en wou haar vier vriendinnen overtuigen om mee te doen met de wedstrijd.

“Hmm, vertel eerst maar eens wat die wedstrijd inhoudt?” vroeg Tania, voorzichtig als altijd.

“Wel, als ik het allemaal goed begrepen heb, is het een soort van play-back wedstrijd. Eens kijken ...” Inge bladerde in de krant tot aan de wedstrijd. “Hier heb ik het.” Vlug las ze voor wat er van de deelnemers verwacht werd. “ En de winnaars reizen naar Calcutta om een bezoek te brengen aan hun klooster daar.”

Tania werd er even stil van. Dromerig zei ze: “Naar hun klooster in Calcutta, jee .... “ Kordaat sprong ze op. “Dit is ons op het lijf geschreven. We moeten dit winnen!”  Vastberaden keek ze haar vriendin aan. “En de anderen moeten meedoen!”

“Pfffft!  Caroline en Kristel zullen meteen enthousiast zijn, maar ons Anneke? Die is zo verlegen.”

Peinzend keken de vriendinnen elkaar aan.

“Maar ze wil dat reisje ook heel erg graag. Daar ben ik zeker van.” Inge kwam tot een besluit. ”Het lukt ons wel!”

“Kom, geef me snel dat formulier. We schrijven ons in!”

 

*

 

Zuster Dulcinea was eigenlijk niet zo gelukkig met het plan van broeder Petrus. Ze was meer dan genoeg in verlegenheid gebracht door die afschuwelijke reclame en had geen zin om het nog wat meer op de spits te drijven. Dat zij degene zou zijn die de winnaars van de wedstrijd zou begeleiden naar hun klooster in Calcutta vond ze wel leuk. Toen ze nog een jonge novice was, had ze enkele jaren in het klooster doorgebracht. Maar omdat de streek toen te gevaarlijk werd en zij als jonge non nog te onervaren, kon ze niet blijven. Dromend dacht ze terug naar die tijd. Ze herinnerde zich de dankbaarheid van de mensen die ze mocht verzorgen, hoe gelukkig de mama’s en hoe blij de kindjes waren.  Ze wist nog hoe warm het daar was, en hoe zoet de vruchten waren die gewoon aan struiken naast de weg groeiden ...

“Ben je aan het dromen van een knappe prins op een wit paard?” vroeg zuster Elizabeth plagend.

Betrapt voelde ze een blosje naar haar wangen stijgen.

“Ah, nee kind. Onzelieveheer is de enige voor mij.”

Om zich een houding te geven, wees ze naar het stapeltje post in zuster Elizabeth’s handen. “Wat heb jij een hoop brieven mee!”

“Ja, leuk hé! Ik denk dat het de eerste inschrijvingen voor de wedstrijd zijn. Ik hoop dat er veel kandidaten zijn. Met de opbrengst kunnen we ons klooster in Calcutta flink steunen!”

Zuster Dulcinea keek de jonge non twijfelend aan. “Ik weet het nog zo niet. Dit zou ook wel eens blijvende schade kunnen toebrengen aan ons imago. Ik hoop maar dat broeder Petrus weet wat hij doet ... “

“Natuurlijk weet hij dat. Hij heeft het goed voor met ons!”

“Laat ons dat hopen, maar om zeker te zijn denk ik dat het geen kwaad kan om tijdens de completen een extra gebedje te doen voor Sint-Antonius, baat het niet ...”

“Dan schaadt het ook niet!” stemde zuster Elizabeth volmondig in.

 

*

 

“Ik denk dat u dit maar beter kan lezen!” De klerk stak deken Albertus een briefje toe. “Dit komt van de Orde van de Gramschaploze Vlekkeloze Ontvangenis van God.  Zuster Catharina is blijkbaar niet tevreden met de gang van zaken in het klooster.”

Nadenkend wreef deken Albertus over zijn kin, terwijl hij de brief las.

Bedachtzaam legde hij de brief weer neer, keek de klerk peinzend aan en kwam tot een besluit.  “Het lijkt me allemaal een beetje uit de hand te lopen daar!  Rij de auto voor, we gaan onze brave nonnetjes een bezoekje brengen! “

 

... wordt vervolgd ...

 

Commentaren

Bijgelezen. Klasse! Boeiend en leuk om volgen.

Groetjes

Gepost door: Willy | 15-01-07

Weer met veel genoegen komen lezen. Boeiend en onderhoudend, ernstig en humoristisch!!!
Groetjes.

Gepost door: Rezy | 17-01-07

DJEEZES ... kwam eens kijken en heb dan direct heel uw blog van A tot Z "moeten" lezen! Heel goed geschreven !!!

Groetjes
Peter

Gepost door: Peter | 17-01-07

De commentaren zijn gesloten.