26-05-07

eerste communicantjes

Veel te blote kindervoetjes

Trippeltrappen op’t terras

Ochtendfrisse zonnestraaltjes

Glinster-druppel-dauw-groen-gras

 

Koffie voor de grote mensen

Melk of sap voor kleine spruit

Broodjes, vers, en échte boter

Haast je nu, komaan, vooruit!

 

Kleertjes aan en haartjes kammen

Schoentjes slingeren op de grond

Trots en fier tot aan de kerk dan

Vlinderkusje op mijn mond.

 

Kindje, klein en toch zo groot al

Zo flink staat zij fier vooraan

Kruisje van meneer pastoor

Hostie, zingen, en ’t is gedaan.

 

Tijd gaat snel voor grote mensen

Vlinderkusjes gaan voorbij

Kleine kindjes worden groter

Je laat ze los, het hoort erbij.

 

17:15 Gepost door Dulcera in gedicht | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

16-05-07

Samen monkelen

 

 

 

Monkelende fonkelogen,

proostend over ambernat.

Zielsverwanten over jaren,

herinnering op albumblad.

 

Zomerzon doet kleuren dromen,

stemmen zwerven, keren weer.

Herinnering voor latere tijden,

doen verlangen naar veel meer.

 

Ik wil je echt nog geen “Dag!” zeggen,

'k hoop dat je steeds hier bij me blijft.

Samen klinken bij verhalen,

is wat ons steeds weer samendrijft.

22:43 Gepost door Dulcera in gedicht | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

08-05-07

Bewaarengel: Op de goede weg!

Geschrokken kijk ik mijn bewaarengel aan, "Waarom verwittigde je me niet?", zeg ik verwijtend, "Anders ben je zo vlug om je overal mee te bemoeien?!"

"Hee, ik trek hier mijn handen van af hoor!", zegt hij, terwijl hij parmantig zijn luier goed schikt. "Ik heb wél gezegd dat je erg goed op de pijlen moest letten, want dat je vlug een verkeerde afslag neemt, maar dat een normààààààl mens hier niet kan missen!" Hij rolt vervaarlijk met zijn ogen terwijl hij “normààààààl” zegt.

“Awél,  Ik heb toch goed gekeken!”, zeg ik kwaad, “Ik was alleen wat in de war!”

Verklarend leg ik uit: “Hoe kon ik nu weten dat een afrit die op de kaart naar links gaat in realiteit naar rechts zal gaan wegens het klaverbladprincipe? Hee? Vertel me dat eens?”

Vragend kijk ik hem aan, maar hij blijft verdacht stil.  “Ik dacht dat Nederland ook een stukje Duitsland had gekregen met de oorlog, en dat het strakjes wel weer terug zou overgaan in Nederland, in België is er toch ook een stukje Duitsland?”

Even kijkt hij me peinzend aan, “Jij denkt te veel.” stelt hij dan vast.

Ik kijk nijdig terug.

Met zijn armpjes demonstratief gekruist gaat hij verder: "Dus, ik ga even bij de Almachtige kijken of er nog nieuws is, ik laat je heel even alleen, en je steekt zoiets uit?", bewaarengel kijkt verbluft.

“Hee, jij wordt verondersteld van me in het oog te houden!”, verdedig ik me.

“Ja, maar je hebt toch zelf nog wat gezond verstand?”, zijn luier zakt er bijna van af.

“Nee! “ zeg ik opstandig, “En tenanderen, als ik nu zin had om even in Duitsland rond te rijden?” uitdagend kijk ik hem aan.

“Hà! Je doet maar hoor!” verontwaardigt kijkt hij me aan.  “Ik had natuurlijk kunnen weten dat jouw eerste rit op de autosnelweg verkeerd moest aflopen, maar dit is er toch een beetje heel erg veel over!”

“Wou jij rijden anders?” boos snauw ik hem toe, “Met de trein duurt het veel en veel te lang om in Nijmegen te geraken, er zat niks anders op dan de auto te nemen, je wéét toch dat ik het anders nooit had gedaan?”

“Ja, maar een normààààààl mens gaat eerst een tijdje gewoon autosnelweg rijden vooraleer hij aan een rit van drie uur begint!” Alweer legt bewaarengel de nadruk op ‘normàààl’

“Wat wil je daarmee zeggen?  Hé?  Dat ik niet normaal ben of zo?” Ik word steeds bozer en bozer.

“Pffft, ja, je bent normaal hoor, A-B-normaal!” en met een zeer uitgestreken gezicht gaat hij midden op het dashbord zitten.

Ineens dringt de absurditeit van dit gesprek tot mij door en ik schiet in de lach.  “Moet je ons bezig horen: een opgewaardeerde kwelduivel die bewaarengel speelt, en een mama van 36 die engeltjes ziet, ermee babbelt en toch niet in een dwangbuis eindigt!”

“Opgewaardeerd, opgewaardeerd, gepromoveerd ja!” en hij schiet ook in een aanstekelijke schaterlach.  “Ja, eigenlijk zijn we wel een tikkeltje een gek stel!”

“Blij dat we het toch ergens over eens zijn,” lach ik mee, “maar hoe komen we nu weer op de goede weg?”

“Omdraaien !”, zegt bewaarengel, “Maar wel via een afrit !”  Hij zegt het half-plagend.

“Ja, ik zal hier wat spookrijdertje gaan spelen !”, het idee alleen al doet me grinniken.

“Wacht,” zegt hij, “ik ga eventjes iets proberen flikkeren bij de Almachtige, geef me één secondje en dan zet ik jou wel weer op de goede weg!”

Met een plopje verdwijnt hij, en ik rij rustig verder terwijl ik uitkijk naar de eerste afrit. 

Dan zal ik als mens eens proberen om wat minder saai te zijn, en eens iets gedurfd te doen, rij ik hopeloos verkeerd, mijmer ik.

Tja, een normaal mens gaat eerst eens oefenen vooraleer ze aan de autosnelweg beginnen, maar ik moest natuurlijk meteen een rit  van ruim 300 kilometer plannen, tot in Nijmegen.

Hoe kon ik nu weten dat een afrit die op de kaart naar links gaat, op de autosnelweg rechts ligt?

En dus had ik gewoon afgewacht en verder gereden, doorheen Venlo, in de hoop dat er wel een afrit naar links zou komen.  Toen ik de grens passeerde voelde ik heel eventjes een knoop in mijn maag, maar België heeft ook een stukje Duitsland, dus erg druk maakte ik mij er niet om.

“Ik heb het hoor!” hij verschijnt vlak voor mijn snoet, “Gewoon terug tot aan het knooppunt !  De Almachtige ging zorgen voor een makkelijke en rustige doorgang, en dan ben je’ r binnen een half uurtje!” hij kijkt er erg slim bij.

“Zo snel al ! Dat valt goed mee !” vind ik, “ Maar eugh … heeft zo’n God dan niets beters te doen?” vraag ik, terwijl ik de afrit neem.

“Vertelde ik al dat je een slecht karakter hebt?” lacht hij, en vliegt een pestrondje rond mijn hoofd, zijn aureooltje zakt er alweer scheef van.

 “Dik, lelijk mormeltje!” zeg ik, “Wat zou ik toch zonder jou doen?”

“Tot in Berlijn doorrijden zeker?”, weet hij, en hij trekt nog een laatste keer zijn luier recht, terwijl hij me een vette knipoog geeft.

14:20 Gepost door Dulcera in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

01-05-07

Bewaarengel:"Jij bent saai!"

“Jij bent saai!”, hij stelt het vast.

”Tja, ik kan toch niet continu met je spelen?”

“Oh, en waarom dan niet?”

“Omdat ik moet werken, tiens!”

Peinzend vliegt hij een rondje door de kamer.

“Waarom?”, vraagt hij, landt achteraan mijn hoofd, en begint mijn haar te vlechten.

“Omdat dat moet, ik moet productief zijn enzo!”  Ik wuif hem weg met mijn hand in de hoop dat hij ophoudt.

“Waarom?”  Hij houdt niet op, duikt net op tijd weg om mijn zwaaiende vuist te ontwijken en heeft ondertussen mijn halve pruik al in de knoop gelegd, ik zie er nu vast verschrikkelijk uit.

“Omdat ik moet geld verdienen, enzo!”

Hij vliegt plots tot vlak voor mijn neus.  Zorgelijk kijkt hij me aan.  Ernstig.

“Ben je arm?”

“Maar neen!  Maar leven kost geld, en ik wil sparen!  Voor later!” Waarom snapt hij dat nu niet?

“Wanneer ga je dan pret maken?”, vraagt hij, zijn luier zakt af en hij let er niet op.

“Ik maak best veel pret toch?”, vind ik.

“Hmmm….” Twijfelend kijkt hij me aan, merkt dat zijn luier afzakt en trekt hem met blozende wangen weer op.

“Oh, ik dacht dat engeltjes geslachtsloos waren?”, mijn terloopse opmerking treft doel, en hij draait zich vliegensvlug om om zijn lendedoek op te trekken.

“Je wijkt af van het onderwerp.”, weet hij, sjorrend aan de weerspannige doek.

“Welk onderwerp?”, vraag ik met een onschuldig gezicht, terwijl ik rustig verder schrijf.

“Dat je saai bent!”, zeurt hij.

“Hmmm.” Ik reageer niet meer, probeer onverstoorbaar te zijn.

“Je bent het écht!”, herhaalt hij, neemt een snoekduik vanaf de bureaulamp, landt op mijn hoofd en wurmt zijn rechtervoet in mijn linkeroor.

“Hou daarmee op!  een oor dient daar niet voor”, zeg ik streng.

“Als je iets spannends doet!”

“Ok, weet je wat?  Als je ophoudt, ga ik me strakjes inschrijven voor die cursus buikdansen, is dat spannend genoeg voor je?”

“Yiehaaaa!”  Enthousiast fladdert hij tot aan het plafond en terug “We gaan iets spannend en avontuurlijks doen!”

“En laat me nu werken,” mompel ik terwijl ik me over mijn blad buig “flink geschapen trouwens,”, merk ik nog op. “voor een bewaarengel tenminste ...”

Blozend is hij eventjes zijn kluts kwijt.  Jammer genoeg niet lang genoeg, “Slecht karakter!” vindt hij, en fladdert met opzet mijn paperassen overhoop.

“Oh, lief mormeltje!” Ik knuffel hem eventjes flink.  “Wat zou ik toch doen zonder jou?”

“Sterven van verveling?” Vraagt hij, terwijl hij mijn gevlechte pruik nog meer in de war trekt.

“Daar heb je’n punt!”, beaam ik. 

‘Iedereen zou er zo eentje moeten hebben’, denk ik nog, om dan toch maar om een kam te gaan en te proberen om de knopen weer uit mijn haren te krijgen.

22:27 Gepost door Dulcera in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |