23-06-07

Houd de dief!

 

Verliefd keek Elsje in de ogen van haar Kareltje, het was een super idee van hem om een waterfiets te huren en zo van deze mooie “Indian Summer” te genieten. Peddelend genoot ze van het herfstzonnetje en het zachte gekabbel van het water. Wat verder zag ze nog stelletjes fietsen, maar alleen zij waren op het idee gekomen om een romantisch onderonsje te houden op het eilandje in het midden van het meer.

 

Een dof bonkje kondigde de plaats van aankomst aan en fluks sprong Kareltje van de waterfiets om zijn Elsje veilig aan wal te helpen.

“Kom, neem mijn hand, ik help je wel!”, reikte hij haar de hand om het kleine sprongetje tussen het water en de wal te overbruggen.

Met een meisjesachtige giechel nam Elsje zijn hand en bevallig sprong ze aan land. Kareltje trok de waterfiets zo goed hij kon een beetje schuin tot hoger gelegen grond, zodat deze zeker niet zou wegdrijven, waarna hij in zijn ene hand het dekentje nam, en zijn andere arm rondom zijn meisje sloeg.

In drie grote stappen waren ze tussen de begroeiing en uit het zicht van nieuwsgierige Aagjes verdwenen. Karel duwde het gras en riet wat plat en creëerde een zacht plekje om zijn dekentje uit te spreiden. Met een handgebaar nodigde hij haar uit om naast hem te komen liggen.

 

Net toen Elsje lekker tegen haar Kareltje aan gekropen was werden ze opgeschrikt door een luide plons en het lawaai van water dat door iets groots in beweging werd gebracht.

“De Waterfiets!” Tegelijkertijd wisten ze dat er iets met de fiets aan de hand was, waarop Kareltje meteen rechtsprong en in twee grote stappen door het riet ging kijken wat er aan de hand was.

“Er is iemand met onze waterfiets weg!”

“Kom terug! Crimineel!” riep hij de onverlaat nog na, maar die hield zich Oost-Indisch doof..

Elsje was al naast hem en met een heroïsche duik sprong ze de waterfiets achterna. Ze was jaren na elkaar de zwemkampioene van het dorp geweest en ze ging zo’n stukje krapuul niet met hun fiets aan de haal laten gaan!

Echter, tot haar ontzetting merkte ze dat het water helemaal niet diep genoeg was, haar voeten zonken meteen weg in een dikke laag slijk, waardoor zwemmen onmogelijk was.

 

Proestend en kuchend liet ze zich door haar Kareltje weer aan land trekken, “Waarom deed je dat? Straks ben je nog ziek!” vroeg hij bezorgd.

“Ja, jij wou hier voor eeuwig en drie dagen zitten of wat?” antwoordde ze snibbig, terwijl ze hem kwaad aankeek.

“Maar spring je dan in dit modderige water? Kijk nu toch naar je kleren!” en hij wees naar haar voordien hagelwitte bloesje en haar nette pantalon, die nu onder de modder zaten.

Beteuterd keek ze naar haar kleren, die modder ging er met het beste wasmiddel niet meer uit wassen en het was nog wel haar favoriete bloesje!

 

Terwijl Elsje nog haar snoekduik stond te betreuren, nam Kareltje zijn gsm om de verhuurder van de fietsen te bellen. Terwijl hij zijn verhaal deed haalde hij het dekentje en sloeg het rond Elsje, hij wou niet dat zijn liefste, ook al leek ze nu op een waterkieken, kou vatte!

“Nou, dit is mooi!” met een nijdig gebaar beëindigde hij het gesprek, “Dit geloof je niet!” met een kwaad gezicht keek hij naar Elsje.

 

"Wat hebben ze gezegd? Vertel, vertel?” vroeg ze nieuwsgierig, en ze sloeg het dekentje nog wat beter om zich heen, het was echt wel frisjes zo met die natte kleren aan!

“Wel, de fiets is opgehaald door de mensen van het verhuurbedrijf, ze dachten dat het een verloren fiets was die hier was aangespoeld en dus zijn ze hem komen halen!”

Ongelovig trok ze een boos gezicht, “En nu? Komen ze ons van dit eiland halen?”

“Ja, ze zullen hier zo zijn ...” Zonder op de modder te letten liet hij zich op de grond zakken, en trok zijn Elsje dicht tegen zich aan. “Wat een kip ben je toch hé?” vroeg hij vertederd, “Alleen jij bent zo gek om achter die fiets te springen!” en met een zoen op haar mond toonde hij nog eens hoe lief hij haar vond.

 

“Jef! Kom eens luisteren?  Dit geloof je niet!”

Met een nieuwsgierig gezicht kwam Jef naar zijn collega, om te luisteren: “Ja, vertel het eens?”

“Wel, die fiets die je daarnet van het eilandje hebt opgehaald?  Die was verhuurd aan een koppeltje dat tussen het riet lag ...”

“Ah, en wat lagen die daar dan te doen?” Jef besefte dat het een domme vraag was toen hij ze uitsprak.

“Ja, halloooo, wat dacht je dan?” met een vette knipoog vertelde hij verder, “Maar dat is nog niet alles, weet je hoe oud dat koppel was?”

Jef trok een vragend gezicht en besloot om verder geen vragen meer te stellen.

“Hij is er 68 en zij 79!” Grijnzend ging hij verder met het vastleggen van de bootjes.  “En zij is in het water gedoken en zit nu drijfnat op dat eilandje te wachten!”

Jef stond perplex, van alle sterke verhalen die hij al gehoord had was dit toch wel ... “Jonge, jonge, waar gaat dat naartoe, waar gaat dat naartoe!” 

“Tegen wie zegt ge’t!” stemde zijn collega met hem in, “Ga jij ze oppikken?”

Jef was al bezig om het motorbootje los te maken.

“En neem een handdoek mee!”

 

-~Eind~-

10:13 Gepost door Dulcera in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

16-06-07

Vooruit zien(d).

‘k Heb een transparante paraplu

waar ik doorheen kan kijken

om wandelend door een regenbui

obstakels te ontwijken.

 

Als het guur en somber is

trek ik mijn jas toch aan

en dankzij die paraplu

durf ik naar buiten gaan.

 

Regen, wind en hagelbui

kan ik zo trotseren

vooruitziend in een donk’re bui

het kan mij niet echt deren.

09:16 Gepost door Dulcera in Algemeen | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

10-06-07

"Vergeetachtig"

“Dat is dan één euro dertig.” Ik betaal de chauffeur en kijk waar er nog plaatsen vrij zijn.  Wat verder zie ik Gustaaf zitten, in gedachten verzonken kijkt hij naar buiten.  We waren collega’s, drie jaar geleden.  Hij werkte voor de technische dienst van het ziekenhuis en deed daar de schilderwerken.  Ik deed de inventarisatie en de opvolging van de vergaderzalen.

De bus vertrekt, en ik wankel tot aan de bank waar Gustaaf zit.

Verrast kijkt hij op als ik aan zijn bank stop, “Maar kijk nu toch! Ons Tineke!”

“Hee, Gustaaf, dat is lang geleden, hoe is’t er nog mee?”

Ik buig me voorover; om hem met een kusje op zijn wang te begroeten, en zet me naast hem neer.

“Goed.” Zeg hij, hij lijkt blij om me nog eens te zien en geeft tevreden een paar klopjes op mijn knie, “En jij?”

“Prima, alles gaat zoals het moet gaan.”

“Da’s wel kind.” zegt hij, en daarna “Ik neem een keer per week deze bus.”

“Oh, hoezo?” vraag ik.

“Tja, …” even blijft het stil, “ ’s Maandags ga ik altijd mijn vrouw bezoeken, die ligt hier in de instelling.”

Verbaasd kijk ik hem aan, “Is ze ziek dan?” De laatste keer dat ik Gustaaf’s vrouw zag was op de receptie voor zijn pensionering, nu drie jaar geleden.

“Wel, ja, …. ziek …. Hoe moet ik het zeggen” Hij kijkt me weifelend aan, “Weet je, toen ik met pensioen ging was ik vaker thuis, en toen begon het me op te vallen dat zij zo vergeetachtig werd”

Ik knik, en luister.

“En toen zijn we eens met de huisarts gaan praten, er zijn wat onderzoeken gedaan en toen was het al vlug duidelijk dat ze een erge vorm van Alzheimer had.”

“Alzheimer!”, echo ik.  Verbaasd kijk ik hem aan.

“Ja, ze werd steeds vergeetachtiger.  Soms ging ze in de keuken om koffie zetten, en wist ze niet meer wat ze daar wou doen, dan begon ze de keukenkastjes te poetsen.  ” Gustaaf zegt het rustig, bijna zonder emotie.

“En hoe komt ze nu in die instelling?”, vraag ik, “Gaat dat zo vlug dan, die achteruitgang?”

“Bij haar wel”, zegt hij, “geen twee mensen zijn gelijk, bij de ene gaat het vlug, en bij de andere traag.”

Ik knik begrijpend, dit vind ik zo erg voor Gustaaf.  Ik herinner me zijn vrouw als een flinke dame, een beetje gezet, maar heel koket en met een lieve lach op haar gezicht.

“En je gaat haar altijd alleen bezoeken?”  Ik probeer me voor te stellen hoe eenzaam Gustaaf zich dan moet voelen.

“Nee, nee, op woensdag gaat onze zoon mee, en op zondag de dochter, ik bezoek haar meer dan één keertje per week.” Hij zegt het alsof hij zichzelf wil verontschuldigen.

“Hoe gaat dat dan? Ze herkent je toch nog?”

Gustaaf kijkt me diepbedroefd aan, ik merk een sombere rimpel in zijn ooghoeken die er vroeger niet was.

“Nee, … vandaag vroeg ze wie ik was.  Ze dacht dat ik de tv kwam herstellen.” Gustaaf kucht, om de krop in zijn keel weg te krijgen.

Ik zie dat een traantje een zilveren spoor van zijn ooghoek naar zijn neus getrokken heeft.  Een druppeltje bengelt triest aan het puntje van zijn neus.  Ik voel in mijn handtas en haal een papieren zakdoekje boven, ik geef het hem, en hij snuit – luid toeterend – zijn neus. Zijn hoofd is tussen zijn schouders gezakt, en hij kijkt naar de vloer van de bus.

“Ik vind het zo erg voor je Gustaaf” fluister ik, en leg m’n hand op z’n knie.

Hij legt zijn hand bovenop de mijne, en geeft er een kneepje in “Ik ook kindje, ik ook …”

Zwijgend blijven we zo even zitten.

“Hoe gaat dit verder gaan?” vraag ik stilletjes.

“Wel, de dokters geven haar nog drie jaar” zegt hij “En dat is lang, om afscheid te nemen.” Hij kijkt me weer aan, “In ’t begin maakte ik plakboeken met foto’s van vroeger, omdat ik dacht dat ze me zo zou blijven herkennen en dat hielp even, maar nu niet meer”

Ik weet niets meer te zeggen, kan niet anders dan knikken.

“Nu geef ik haar eten en kam haar haren, meer kan ik niet meer doen voor haar.”

“Dat je daar de kracht voor hebt.” zeg ik stilletjes.

“Ach, je bent altijd sterker dan je zelf denkt.” hij haalt z’n schouders op “Een mens moet vooruit, stilstaan is achteruitgaan.”

“Da’s waar” zeg ik “maar toch …”

De bus stopt, Gustaaf moet er alweer uit.

Hij trekt zich recht aan de stang naast onze zitplaats, en vraagt: “Zie ik je volgende week weer?”

Ik knik, en probeer naar hem te lachen. “Normaal wel, ik neem maandag altijd de bus naar huis.”

Hij lacht terug, “Dan hebben we een afspraak, bij leven en welzijn, tot volgende week!”

“Tot volgende week.”, herhaal ik.

Hij buigt zich nog voorover om me een zoentje te geven, en stapt af.

Hij blijft staan tot de bus doorrijdt en steekt zijn hand omhoog vooraleer hij de straat oversteekt.

Ik zwaai terug, en blijf stilletjes.

Je kan het niet zien aan de mensen …

 

20:58 Gepost door Dulcera in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |