25-05-08

Zomerzotheid - Deel 2

(Een bewaarengel vervolgverhaal.)

  

Wendy was blootsvoets, en alleen gekleed in een witte badjas, aan het genieten van het ochtendzonnetje op het vierkante metertje dat ze trots haar ‘terrasje’ noemde, toen ze een zachte “plons” hoorde. 

Ze keek naar het plateautje waar ze haar kommetje cornflakes had gezet, en zag een vreemd wezentje met een verongelijkt snoetje uit de melk opduiken. 

“Misschien moet ik toch nog een kopje koffie nemen, en eerst wakker worden,” dacht ze, “ik zie spoken!”

“Gadver, ik moet toch echt leren om de coördinaten eerst goed na te rekenen voor ik nog eens een sprong maak!”, foeterde het kleine ventje.  Hij klauterde uit het kommetje en schudde als een jong hondje de melk van zijn lijf.  Op zijn rug zag ze twee spierwitte vleugeltjes, en hij droeg alleen maar een beige doek rond zijn middel.  Het was haar een raadsel hoe die doek daar bleef zitten, want ze kon nergens een knoop of veiligheidsspeld zien.

Ze zat perplex.

“Hey, niet zo vies kijken, ik heb me gewassen deze ochtend, je kan je cornflakes nog opeten!”, sprak het wezentje met een verrassend heldere stem.  Hij peuterde een cornflake’je van tussen zijn vleugeltjes en stak het smakelijk in zijn mond.

Wendy wist echt niet wat ze nu moest doen, en besloot dan maar om te blijven zitten.  Het was overduidelijk dat ze nog aan het dromen was, en tot nu toe was het eigenlijk zelfs een grappige droom.

“Eugh … Hallo?” vroeg ze.  Ze had tenslotte manieren meegekregen in haar opvoeding, en een begroeting was toch altijd een net iets om te doen.

“Piep!” antwoordde het ding lachend, “Alles ok met jou?”.

Een ogenblikje had Wendy een deju-vu: haar vriendin Mieke begroette haar steevast met hetzelfde zinnetje, alleen volgde er op die vraag een dikke smakkerd op haar wang.  Mieke gaf nooit zoentjes in de lucht, ze gaf ofwel échte kusjes, ofwel geen kusjes, en voor Wendy was dat prima.

“Eugh, ja, … ça va. ” Besloot ze dan toch maar te antwoorden, dit was écht wel de gekste droom ooit!

“Je droomt niet.” wist het gevleugelde ventje, alsof hij haar gedachten kon raden.

“Ah nee?”, vroeg ze, “Ik ben daar nog niet zo zeker van!” ze knikte vastberaden, dit was een droom, en niets wat dit ventje vertelde zou haar op andere ideeën brengen.

Het vleugelventje fladderde naar de potten met planten die in een hoekje van het terras stonden, trok verbluffend snel een stekeltje uit de Christusdoorn die daar stond, en prikte venijnig diep in haar arm.

“Au! Laat dat, wil je!” verontwaardigd wreef ze over de zere plek.

“Geloof je nu dat je niet droomt, of zal ik nog eens prikken?” het ventje vloog heen en weer voor haar neus, en hield piraat-gewijs dreigend de stekel voor zich.

“Nee, nee, ik geloof je, hou maar op!”  Als ze niet droomde, wat gebeurde er dan allemaal?

“Ik ben een bewaarengel.” Voor de tweede keer leek het alsof het kereltje haar gedachten kon lezen.

“Die bestaan helemaal niet!” het floepte uit haar mond nog voor ze goed wist wat ze gezegd had, en zijn reactie bleef dan ook niet uit.

Met een van pijn vertrokken gezichtje greep hij naar waar ongetwijfeld zijn hart moest zitten, en met een dramatisch gebaar liet hij zich op de grond neervallen.

Ze wist nu helemaal niet meer wat te zeggen, en dus zweeg ze.

Het engeltje ging met een verongelijkt snoetje op zijn achterwerk zitten, zijn korte beentjes recht voor zich uit, en keek haar hoofdschuddend aan.

“Ah zo, ik besta niet, wat voor een ongelovige Thomas ben jij!”

Daar had ze nog steeds geen antwoord op, en dus bleef ze zwijgen.

“Foei foei!  En ik kom nog wel met een speciale missie.”, hoofdschudde hij, “Ik heb je hulp nodig.”

“Hulp?  Van mij?” ze dacht na, “Waarom heeft mijn bewaarengel mijn hulp nodig, is het niet omgekeerd?”

“Ik ben jouw bewaarengel niet, ik ben die van je vriendin Mieke, de jouwe zit op’t wc.”

Hij keek er nogal zelfvoldaan bij, en ergens leek zijn verklaring logisch.

“Ha zo, de mijne zit op’t wc … en waarom heb ik de mijne nog nooit gezien en kan ik jou nu wel zien?” vroeg ze achterdochtig.

“Oh, tja, dat is een missing’ske geweest, ik was vroeger een kwelduiveltje, maar omdat de bewaarengel van ons Mie overspannen raakte, zocht Sinte Pieter nogal rap een vervanger.  Ik versta ook niet goed waarom ik de enige vrijwilliger was, maar omdat ik vond dat ik aan een nieuwe uitdaging toe was en de gewone bewaarengelkes allemaal geen zin hadden mocht ik hem vervangen.” Hij moest even naar adem happen nadat hij dat allemaal in één keer had verteld.

“Overspannen?” vroeg Wendy.

“Ja, neem het die arme drommel maar eens kwalijk, zoals zij ongeluk aantrekt, dat hou je gewoon niet voor mogelijk!” met rollende ogen keek hij haar aan.

Hij had een punt, Mieke leek een talent te hebben om zichzelf in nesten te werken.

“Dus die bewaarengel was overspannen, en dus vroegen ze jou, een kwelduiveltje, om een soort interim te doen?”

 “Voilà, je hebt het beet, maar het moest allemaal nogal rap gaan, en daarom was ik vergeten om me onzichtbaar te maken, het vervolg ken je.”  Het engeltje haalde zijn schoudertjes op alsof hij er verder ook niks aan kon doen en keek haar monsterend aan.

“Ah zo, en waarom kan ik jou nu zien?”

“Seeeggg! Je bent toch niet achterlijk hé?  Hoe kan ik je nu voor mijn karretje spannen als jij me niet kan zien?” Teleurgesteld over zoveel dommigheid schudde het kereltje zijn hoofd.

“Ja, dat is ook waar.”, beaamde ze, “OK dan, en hoe wil jij mij voor je karretje spannen?”

“Wel, ik ga je dat hier direct ne keer explikeren zie!”  Hij ging wijdbeens op de rand van de balustrade zitten, en gunde haar zo een ongecensureerde blik in zijn lendendoek.

“God-Maria-Jozef!” schrok ze, “Wil je je alsjeblieft een beetje netter zetten? Het is te vroeg op de dag om al van mijn geloof te vallen!”

“O, sorry!” blozend schikte hij zijn luier weer op zijn plaats, en kruiste zijn armpjes om zich een houding te geven.

“Ik dacht dat engeltjes geslachtloos waren?” ze kon het niet laten om de vraag te stellen, het ventje was onwaarschijnlijk flink geschapen voor zo iets kleins.

“Pffft, jij weet ook niks he?” ondeugend keek hij haar aan, “Engeltjes hebben zo ook hun pleziertjes hoor, het heet daar niet voor niets ‘de zevende hemel’ !” schunnig trok hij zijn wenkbrauwen een paar keer omhoog in een veelbetekenend gebaar.

Deze info was er voor Wendy bijna te veel aan, en ze besloot om maar niet te reageren op zijn uitspraak.

“En daarbij, spreek voor jezelf, je zou beter je eigen tenue fatsoeneren!”

Met blozende kaken moest Wendy vaststellen dat haar badjas was opengevallen, waardoor haar boezem schaamteloos hing te bengelen in het blikveld van het bewaarengeltje.  Snel trok ze de badjas steviger rond haar lijf, ‘Die potverdoriese deugniet!’, dacht ze.

“Voor mij moet je ze niet wegsteken, ’t is niet niet mis wat daar onder dat badvestje zit zenne!” bewonderend floot hij het bekende bouwvakkersfluitje, leunde relaxed achterover op de balustrade, en vertelde verder, “Maar goed, ik ging je vertellen hoe ik jou voor mijn karretje wil spannen!”

Ze knikte als aanmoediging om verder te vertellen.

“Luister, het zit zo, ons Mieke is wel een gezonde bie, maar veel meer dan honderd jaar gaat ze niet worden, en tegen dan wil ik promotie maken.”

“Promotie?” echo’de ze.

“Ja, promotie,” antwoordde het gevleugelde ding.  “Ik ben al lang zot van de job van Cupido.  Die gevleugelde kwistenbiebel is al veel te lang op zijn retour, en het wordt hoog tijd dat er eens een frisse wind door de liefde waait!”

“Cupido?” vroeg Wendy verwonderd, “Bestaat die ook echt dan?”

“Natuurlijk!” knikte het ding enthousiast, “Jij kan dat natuurlijk niet weten, want hij negeert jou altijd, maar ons trezebees wordt vaak genoeg met zijn pijlen bestookt, ik heb ‘k weet niet hoeveel werk om al die pijlen op te vangen!”

“O, en dat is niet goed?” vroeg ze.

“Nee, het wordt hoog tijd dat er zich eens iemand serieus mee bezighoudt en ons Mie aan een deftig mannemens helpt!”

Wendy dacht na, “Hmm, je kan gelijk hebben, ’t is nu niet direct een flirterig type he?  Ons Mieke?”

In gedachten telde Wendy het aantal vriendjes waar ze weet van had.

“Je mag stoppen met tellen, ze kunnen inderdaad geteld worden met de vingers van één hand” zuchtte het ventje, “Juist daarom dat het hoog tijd wordt dat we er ons eens mee gaan bemoeien!”

Instemmend knikte ze, het mocht dan een vreemd ventje zijn, maar hij had groot gelijk.

“Zeg, eugh ... als je dan toch zo tuk bent op Cupido zijn postje, kan je mij dan ook niet, eugh, terwijl je toch bezig bent, … eugh … je weet wel?” vroeg ze aarzelend.  Alhoewel ze het al dik 35 jaar prima deed zonder vriendje was het ’s nachts toch vaak eenzaam koud in haar bed.

“Zo een paar stevige armen zouden niet mis zijn zeker?” met een vette knipoog gaf het engelmanske aan dat hij ook deze keer haar gedachten gelezen had.

Ze knipoogde terug, “Mensen en engeltjes verschillen op dat punt niet zo heel veel, of wel?”

Hij knipoogde terug, “Als jij mij helpt, dan help ik jou!”

Ze was overtuigd.  “Ok, zeg me wat ik moet doen!”

“Heel simpel, jij belt haar nu op en vraagt of ze mee gaat winkelen, en dan doe ik wel de rest!”

“Ok!” antwoordde Wendy, “Ik maak er meteen werk van zie!”, ze nam meteen haar gsm om haar vriendin te bellen.

00:01 Gepost door Dulcera in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

23-05-08

Zomerzotheid - Deel 1

(Een bewaarengel vervolgverhaal)

 

“Wemmen een probleem!”

Bewaarengel floepte tevoorschijn net toen Mieke een voorzichtig teugje van haar nog veel te hete koffie wou nemen.  De koffie brandde genadeloos tegen haar gehemelte.

“Gadver! Zeg! Wil je dat wel eens laten! Ik verbrand mijn tong!” Voorzichtig zette ze haar kopje weer neer, te warm is te warm, en zo had ze haar handen vrij voor die pestengel.

“Ja, ja, … drink wat minder koffie dan heb je dat niet aan de hand!”

Wijsneuzerig als altijd fladderde bewaarengel rond, “Gelijk hoe, we hebben een probleem!” parmantig zweefde hij met gekruiste armpjes voor haar neus.

“Hebben WIJ een probleem? Of heb JIJ een probleem en sleur je mij er weer vrolijk bij?” monsterend keek ze hem aan.

“Wij!”

Hij nam, quasi onverschillig, de lepel in het kopje met zijn twee knuistjes stevig beet en begon enthousiast in het kopje te roeren.

“Ok, ok, en welk probleem hebben WIJ dan wel?” Vlug nam ze het lepeltje af voor hij ongelukken deed en legde het neer naast het kopje.

“Wendy is haar hart verloren!” wist hij droog, terwijl hij de lepel alweer besloop.

Mieke zat perplex.

“Onze Wendy? Haar hart verloren? Aan wie? En waarom weet jij dat voor ik het weet?” achterdochtig keek ze hem aan, wat was hij nu weer aan het bekokstoven?

“Omdat jij nooit oplet en zit te dromen en daarom altijd alle lol mist?” stelde hij en gaf haar een plagerige tik met het lepeltje.

“Hou daarmee op! Lepeltjes dienen om mee te roeren, niet om mee te tikken!” Ze legde het lepeltje terug neer terwijl ze diep nadacht.

“Wendy haar hart verloren zeg … het is toch wederzijds he?”, vroeg ze.

“Wel, dat is nu net het probleem, hij weet het nog niet!”, net op tijd gritste ze het lepeltje weg voor hij er weer mee aan de haal ging.

“Oei! En nu? Wat gaat ze nu doen?” Voorzichtig proefde ze of de koffie al wat was afgekoeld.

“Wel, ze kan nog niets doen, want ze weet niet waar hij woont … maar ik weet dat lekker wel natuurlijk!” Zeer zelfingenomen draaide hij een toertje rond de bureaulamp.

“Ok, dus jij weet het wel … en ga je deze keer gewoon zeggen wat je weet en niet beginnen zeuren over levenspaden die moeten gevolgd worden enzo?”, vroeg ze.

“Ja, ja, deze keer wel, want ze zijn voor elkaar bestemd, en als IK hen met elkaar in contact breng kan ik Cupido eindelijk eens een keertje een hak zetten!” Glunderend hing hij bungelend voor haar neus, het was duidelijk dat hij al aan het genieten was.

“Cupido?” vroeg ze, “bestaat die ook echt dan?”

Bewaarengel zat even verstomd van verbazing, maar hij herpakte zich al snel “Tuurlijk bestaat die echt, dat je daar durft aan twijfelen! Hij bestookt jou vaak genoeg met zijn pijlen, enkel en alleen maar om mij te pesten! Maar hij wordt ouder en kan niet goed meer mee met zijn tijd, dus zou ik graag zijn baantje overnemen, dit is een goed begin he?

“Jij? Als Cupido? Man, man, man, … nu heb ik het allemaal gehoord! Vertel eens? Wat is het plan?”, hoofdschuddend dronk Mieke haar koffie.

“Wel, we moeten ons Wendy en die knul met elkaar in contact brengen, maar zonder dat ze doorhebben dat wij hen aan het koppelen zijn!”

“Ok, en hoe gaan we dat dan doen?” eigenlijk was ze wel een beetje enthousiast, niks mocht Wendy’s geluk in de weg staan!

“Heel simpel! Luister!” en hij kwam in haar oor fluisteren.

 

20:40 Gepost door Dulcera in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |