23-01-07

Deel 5: De orde van de grijze steunkous.

De orde van de grijze steunkous, deel 5: Bunny-pakjes versus habijten .

 

“Uh, uh!” Met een van afschuw vertrokken gezicht duwde Anneke het pakje weer weg dat Caroline haar voorhield, “Nog in geen honderdduizendmiljoen jaar trek ik dat aan!” De manier waarop ze “dat” uitsprak deed vermoeden dat ze nog liever naakt door de Gentse binnenstad zou flaneren dan het pakje te passen.

Tania wou geen ‘nee’ horen: “Kom aan Anneke! Wij dragen het toch ook! Er is geen mens die op jou zal letten en jij hebt nog het leukste figuur van ons allemaal!”

De andere vriendinnen knikten instemmend.  Caroline kwam demonstratief met haar achterwerk schuddend voor Anneke staan, “Kijk naar mijn kont in dit pakje, daar kan een volledige kleuterklas op zitten!”

De vriendinnen grinnikten, “Komaan An, gewoon doen! Die pakjes zijn fantastisch, als we zo niet winnen dan weet ik het niet meer!”

De meisjes waren het er over eens, de outfits waren heel goed gelukt, de mama van Kristel was er een ganse week aan bezig geweest. Het waren prachtige bunny-pakjes geworden, fel roze met een boordje van spierwit nepbont aan de halsuitsnijding en sexy kanten jarretelle gordeltjes.

“Tja, Anneke, als jij niet wilt gaan we iemand anders moeten zoeken, iemand met net zo’n fijn figuurtje als jij hebt.” Kristel besloot zich ermee te moeien, “En dat gaat niet simpel zijn, mijn mama heeft die pakjes op maat gemaakt.”

An keek van het ene gezicht naar het andere, “Het scheelt dat het maar halfweg het nummer te zien zal zijn natuurlijk,” ze begon te twijfelen “Allez vooruit, geef hier, ik zal dat onzedig ding eens passen.”

En met een diepe zucht begon ze het pakje dan toch maar aan te trekken.

 

*

 

Nerveus stapten zuster Dulcinea en zuster Elizabeth door de gangen. De abdis had alle nonnetjes nog eens samen geroepen om te polsen naar de meningen over het plan van broeder Petrus.

Ze spraken geen woord, de stilte werd enkel doorbroken door het doffe getik van hun hakken - drie centimeter hoog zoals het betaamt – en het ruisen van hun habijt.

Voor de deur van de bibliotheek ontmoetten ze broeder Petrus.

“Ha! Mijn favoriete nichtje!” hij begroette zuster Elizabeth enthousiast met een klapzoen op haar wang.

“Dag nonkeltje!” Het vrouwtje onderging de begroeting lijdzaam, ze was het gewend van haar oom, maar zuster Dulcinea deinsde achteruit toen broeder Petrus aanstalten maakte om haar net dezelfde behandeling te laten ondergaan.  Zedig stak ze een hand uit, die broeder Petrus met een grijns schudde.

“Hoe gaat het ermee broeder Petrus?” informeerde ze formeel.

“Goed! En met u?”

“Ça va, gezien de omstandigheden.”

Broeder Petrus nam haar nog eens goed op, die zorgrimpel leek dieper geworden, en haar ogen die vroeger glinsterden van plezier stonden dof.  Het was overduidelijk dat de brave zuster met de ganse zaak diep in haar maag zat.

“We gaan die omstandigheden ne keer rap naar ons hand zetten!” sprak hij de brave zuster moed in, waarop hij de deur van de bibliotheek openduwde.

Ze bleven met hun drieën verbaasd in de deuropening van de bibliotheek staan. De laatste persoon die ze daar nu hadden verwacht glimlachte hen minzaam toe.

 

*

 

“Het moet!” Felix probeerde de verkoopster te overtuigen om de nonnenhabijt aan te passen.

“Ik zou niet weten waarom!” met demonstratief gekruiste armen stond ze voor Felix, “Dit is gewoon te gek voor woorden! Omdat die reclame zo goed loopt moet ik dat daar,” ze wees met een van afschuw vertrokken gezicht naar het kostuum. “dragen op de braderie? Ben jij zot geworden of zo?”

“Denk aan de klanten, die gaan dit geweldig vinden!” probeerde hij.

“Die klanten kopen al twintig jaar kousen bij mij, zonder dat ik daar ooit een carnavalskostuum voor hoefde te dragen!” nijdig bleef ze Felix bekijken.

Felix besloot zijn meest overtuigende argument in de strijd te gooien: “Ik verdubbel je bonus als je het draagt.”

Waarop de verkoopster prompt akkoord ging: “Had dat dan eerder gezegd, toon me eens rap hoe ik dit moet aantrekken?”

 

*

 

“Ik vind dit ganse plan immoreel, verderfelijk en onzedig!” vond zuster Catharina, ze sprong op van haar stoel en stampte boos met haar voeten. Zelf had ze net voorgesteld om het 500-jarig bestaan van het klooster ingetogen te vieren met een kerkviering, maar de abdis én deken Albertus hadden, tot haar verbijstering, dat voorstel naast zich neergelegd.

Tot ieders verrassing had deken Albertus onaangekondigd een bezoek gebracht aan de orde, en nu luisterde hij aandachtig naar ieders argumenten.

Zuster Dulcinea zat stil aan de tafel, ze had nog niks gezegd en keek somber voor zich uit.

“Ik geloof dat het geen kwaad kan om de mening van zuster Dulcinea te vragen,” vond de abdis.

Bedachtzaam keek zuster Dulcinea op.

“Ik maak me eerlijk gezegd een beetje zorgen of dit ganse gebeuren de goede naam van het klooster niet gaat schaden.” Zuster Dulcinea had eindelijk de moed gevonden om haar grootste angst uit te spreken.

“Het siert u, beste zuster, dat u daar aan denkt!”  De deken stond op van zijn stoel en keek de nonnetjes ernstig aan, “Ik maak me daar zelf ook zorgen over.”

Zuster Catharina sprong op: “Dat zeg ik nu ook al de ganse tijd, dat dit ganse gedoe gewoon niet door de beugel kan!”

Streng keek de deken haar aan, “Dat hadden we al begrepen beste zuster, ik heb uw brief aandachtig gelezen.”

Betrapt sloeg zuster Catharina haar ogen neer, ze had er geen rekening mee gehouden dat de deken haar zou verklikken.

Boos fluisterde zuster Elizabeth tegen zuster Maria-Helena: “Het was te verwachten dat dat kreng de deken zou inlichten, ik vroeg me al af vanwaar dit onverwachte bezoek kwam!” haar buur knikte instemmend, zuster Catharina was hier toch echt wel haar boekje te buiten gegaan!

“Ik ben hier vandaag omdat ik graag wilde weten wat er hier allemaal aan de hand is.” Monsterend keek deken Albertus de zustertjes aan, “Zuster Dulcinea, ik hoop dat u een helder licht op deze zaak kan laten schijnen?”

“Ik geloof dat ik dat kan, het is allemaal hopeloos uit de hand gelopen.” Kort deed ze haar verhaal.

 

... wordt vervolgd ...

Deel 4: De orde van de grijze steunkous.

De orde van de grijze steunkous, deel 4: Niet denken, doen!

 

“Felix Lapsus! Wat moet dit voorstellen?”

Ruw werd Felix uit zijn middagdutje gewekt door de boze stem van zijn baas, die een blad papier voor zijn neus heen en weer wapperde.

“Wa, wa, wasseraandand?” stamelde hij, nog half in dromenland.

“Wat er aan de hand is? Wat er aan de hand is? Ik ga je zeggen wat er aan de hand is! Die vervloekte kwezels gaan ons een proces aan onze broek lappen omdat ze geen toestemming gaven voor die reclame van u!”. Met een hoofd rood van razernij hing de baas boven Felix.

“Huh? Ik dacht dat dat een gesloten orde was? Hoe zijn die dat te weten gekomen?”. Felix wreef zich verwonderd in het haar.

“Hoe moet ik nu weten hoe die nonnen hiervan lucht hebben gekregen? Ze zijn er van op de hoogte gekomen en ze dreigen met een proces! Wat ben jij van plan daar aan te doen?”

Felix keek zijn chef peinzend aan.  Deze verwachtte dat hij iets deed, en koortsachtig dacht hij na.

“Ze dreigen ermee? Kunnen we niets regelen dan?” vroeg hij voorzichtig.

“Die campagne heeft al mooi geld opgebracht. Het zou jammer zijn als we ze moesten stoppen.”

“Doe dat dan!”  Zijn meerdere smakte het blad papier op het bureau.  “Hier. Er staat een telefoonnummer van ene broeder Petrus op die brief, bel die man op en doe je best!” en met een luide klap sloeg hij de deur achter zich dicht.

Zonder er verder bij na te denken nam Felix de brief vast, zocht met zijn vinger het telefoonnummer op, nam zuchtend met zijn andere hand de telefoon vast, klemde hem tussen zijn wang en zijn schouder en toetste het nummer van die broeder Petrus in.

“De orde van de Gramschaploze ontvangenis van God, broeder Petrus luistert.” klonk het aan de andere kant.

Verrast door de zware bariton was Felix even het noorden kwijt.  “Eugh... Felix Lapsus, verkoper van de firma Sokken en Kousen.” stamelde hij, “Ik eugh ... heb uw brief hier bij me liggen.”

“Ah! Meneer Lapsus! Ik heb met u een flink eitje te pellen”, bromde broeder Petrus de man toe.  “We zijn niet gelukkig met uw reclamecampagne. Helemaal niet gelukkig ... “.

Broeder Petrus deed zijn best om zo boos mogelijk te klinken, want eigenlijk wist hij al lang wat hij van de man wilde.

“Ja, eugh ... tja ... kunnen we dit niet oplossen?” vroeg Felix.

“Wel, luister goed, ik ga u dat hier direct eens zeggen zie!” beet broeder Petrus hem toe. Hij vertelde kort wat hij precies van Felix verwachtte.

“O, ik denk dat mijn baas hier wel mee gaat kunnen leven ...” Felix vond dat het al bij al nog meeviel.

“Gij moet niet te veel denken, gij moet doen!” maande broeder Petrus hem aan tot actie.  “Ik wil tegen vrijdag een schriftelijk akkoord dat je bedrijf mijn voorstel aanneemt of er komt evengoed nog een proces van!”, ging hij dreigend verder.  “En dan gaan jullie er NIET zo goedkoop vanaf komen!” Hij benadrukte de ‘niet’ en na een kort afscheid eindigde broeder Petrus het gesprek, Felix verward achterlatend.

“Man, man, man. Van alle gekke voorstellen die ik al ooit hoorde is dit wel ...”

Hoofdschuddend ging hij naar de baas om hem te vertellen over de minnelijke schikking die broeder Petrus had voorgesteld.

 

*

 

“Tania! Heb je dit al gelezen?” Inge kwam met een krant aanlopen. Ze zaten gezellig met vijf meisjes op kot. Samen huurden ze een appartementje in Gent. Dat was handig, want ze waren alle vijf laatstejaars verpleegkunde en onafscheidelijk.

“Kijk, mijn tante stuurt me dit. Een wedstrijd in ons dorp; De hoofdprijs is een reis naar Calcutta!”

Tania was meteen bij de les. “Naar Calcutta! Jee zeg! Als we dat konden winnen!” De meisjes droomden al van bij het begin van hun opleiding over een stage in Calcutta. Het was hun droom om de nonnetjes van een orde uit hun geboortestreek te bezoeken en mee te helpen met het verzorgen van de patiënten. Helaas was de reis te duur en bleef het bij dromen.

“Zou het niet mooi zijn als we deze wedstrijd wonnen en deze zomer samen naar Calcutta konden?” Inge was door het dolle heen. Ze rook een buitenkansje en wou haar vier vriendinnen overtuigen om mee te doen met de wedstrijd.

“Hmm, vertel eerst maar eens wat die wedstrijd inhoudt?” vroeg Tania, voorzichtig als altijd.

“Wel, als ik het allemaal goed begrepen heb, is het een soort van play-back wedstrijd. Eens kijken ...” Inge bladerde in de krant tot aan de wedstrijd. “Hier heb ik het.” Vlug las ze voor wat er van de deelnemers verwacht werd. “ En de winnaars reizen naar Calcutta om een bezoek te brengen aan hun klooster daar.”

Tania werd er even stil van. Dromerig zei ze: “Naar hun klooster in Calcutta, jee .... “ Kordaat sprong ze op. “Dit is ons op het lijf geschreven. We moeten dit winnen!”  Vastberaden keek ze haar vriendin aan. “En de anderen moeten meedoen!”

“Pfffft!  Caroline en Kristel zullen meteen enthousiast zijn, maar ons Anneke? Die is zo verlegen.”

Peinzend keken de vriendinnen elkaar aan.

“Maar ze wil dat reisje ook heel erg graag. Daar ben ik zeker van.” Inge kwam tot een besluit. ”Het lukt ons wel!”

“Kom, geef me snel dat formulier. We schrijven ons in!”

 

*

 

Zuster Dulcinea was eigenlijk niet zo gelukkig met het plan van broeder Petrus. Ze was meer dan genoeg in verlegenheid gebracht door die afschuwelijke reclame en had geen zin om het nog wat meer op de spits te drijven. Dat zij degene zou zijn die de winnaars van de wedstrijd zou begeleiden naar hun klooster in Calcutta vond ze wel leuk. Toen ze nog een jonge novice was, had ze enkele jaren in het klooster doorgebracht. Maar omdat de streek toen te gevaarlijk werd en zij als jonge non nog te onervaren, kon ze niet blijven. Dromend dacht ze terug naar die tijd. Ze herinnerde zich de dankbaarheid van de mensen die ze mocht verzorgen, hoe gelukkig de mama’s en hoe blij de kindjes waren.  Ze wist nog hoe warm het daar was, en hoe zoet de vruchten waren die gewoon aan struiken naast de weg groeiden ...

“Ben je aan het dromen van een knappe prins op een wit paard?” vroeg zuster Elizabeth plagend.

Betrapt voelde ze een blosje naar haar wangen stijgen.

“Ah, nee kind. Onzelieveheer is de enige voor mij.”

Om zich een houding te geven, wees ze naar het stapeltje post in zuster Elizabeth’s handen. “Wat heb jij een hoop brieven mee!”

“Ja, leuk hé! Ik denk dat het de eerste inschrijvingen voor de wedstrijd zijn. Ik hoop dat er veel kandidaten zijn. Met de opbrengst kunnen we ons klooster in Calcutta flink steunen!”

Zuster Dulcinea keek de jonge non twijfelend aan. “Ik weet het nog zo niet. Dit zou ook wel eens blijvende schade kunnen toebrengen aan ons imago. Ik hoop maar dat broeder Petrus weet wat hij doet ... “

“Natuurlijk weet hij dat. Hij heeft het goed voor met ons!”

“Laat ons dat hopen, maar om zeker te zijn denk ik dat het geen kwaad kan om tijdens de completen een extra gebedje te doen voor Sint-Antonius, baat het niet ...”

“Dan schaadt het ook niet!” stemde zuster Elizabeth volmondig in.

 

*

 

“Ik denk dat u dit maar beter kan lezen!” De klerk stak deken Albertus een briefje toe. “Dit komt van de Orde van de Gramschaploze Vlekkeloze Ontvangenis van God.  Zuster Catharina is blijkbaar niet tevreden met de gang van zaken in het klooster.”

Nadenkend wreef deken Albertus over zijn kin, terwijl hij de brief las.

Bedachtzaam legde hij de brief weer neer, keek de klerk peinzend aan en kwam tot een besluit.  “Het lijkt me allemaal een beetje uit de hand te lopen daar!  Rij de auto voor, we gaan onze brave nonnetjes een bezoekje brengen! “

 

... wordt vervolgd ...

 

28-12-06

Deel 2: De orde van de grijze steunkous

De orde van de Grijze Steunkous, deel 2: Klooster op stelten!

 

“Zuster Dulcinea! Zuster Dulcinea! Heeft u dit al gezien?”

Zuster Maria-Theresia kwam heel geagiteerd aanlopen terwijl ze driftig zwaaide met een tijdschrift.

“Laat eens kijken?” Zuster Dulcinea zette eerst haar leesbril op en bekeek de pagina die zuster Maria-Theresia haar voorhield eens heel erg goed.

Het bloed steeg naar haar wangen, en ze moest haar uiterste best doen om haar zelfbeheersing te houden.

“Oooh! De snoodaard! De gemene boef! De … de …. de … “ ze begon ervan te stotteren, en raakte niet meer uit haar woorden.  Vermoeid zakte ze op de stoel die zuster Maria-Helena vlug onder haar -vrij imposante- achterwerk schoof.

Het tijdschrift, met de foto van vijf nonnetjes die op “french cancan” wijze naast elkaar stonden, en op onkuise wijze – één van de zeven hoofdzonden - hun grijze steunkousen lieten zien gleed zachtjes op de grond en tot onder de tafel. Hier ging een avondje rozenkrans bidden geen absolutie geven, wist zuster Dulcinea met pertinente zekerheid.

“Wat gaan we doen?” vroeg zuster Maria-Theresia zachtjes.

“In elk geval zwijgen we in alle talen tegen onze abdis!” De abdis was al stokoud, maar nog erg goed bij haar verstand, als ze dit nieuws hoorde zou het klooster te klein zijn!

“Ah! Dat kan ik! Als’t moet zwijg ik zelfs in het Japans!” zuster Elizabeth was er als de kippen bij om een grapje te maken, maar werd de mond gesnoerd door een kwaad kijkende zuster Maria-Theresia. Mokkend ging zuster Elizabeth met haar armen gekruist voor het raam zitten – Zwijgend in het Japans, want dat kon ze goed! -.

Peinzend bleef zuster Dulcinea zitten: vroeg of laat kwam deze reclamecampagne aan de oren van de abdis, en zuster Catharina aasde al lang op de post van priores, deze reclame was koren op haar molen.

Hier kwam ellende van.

Somber begonnen de nonnetjes aan de voorbereidingen voor de vespers, het tijdschrift bleef verloren onder de tafel liggen.

 

 

*

 

“Wat is dit?” zuster Catharina veegde met een flukse zwaai een tijdschrift vanonder de tafel.

“Hoe komt dit hier terecht, sinds wanneer wordt deze lectuur in het klooster gelezen?” vluchtig bladerde ze door het tijdschrift.

“Het is niet omdat we nonnetjes zijn dat we niet mogen weten wat er in de wereld omgaat”, vond ze bij zichzelf.

Middenin het tijdschrift stond een foto van vijf dansende nonnetjes, met net dezelfde kousen aan als zijzelf droeg! - Een blik op haar zedig bedekte onderbeentjes bevestigde dat. -

Een paar weken terug had de priores, zuster Dulcinea, een flinke partij gekocht aan een zeer scherpe prijs.  De nieuwe aanwinsten zaten zeer comfortabel en ze zakten niet af.  Wat een goede zaak was, want het schaamrood steeg haar weer naar de wangen toen ze terugdacht aan die keer dat ze, met haar kousen afgezakt en onzedig slobberend rond haar enkels, een audiëntie bij deken Albertus deed en dat de arme man zowaar niet meer wist waar kijken!

Nee, het was en bleef een ganse vooruitgang!

Maar deze foto was er ver over, dacht ze bij zichzelf.

“De orde van de grijze steunkous kan weer dansen van plezier, nu ze elke dag deze kousen kan dragen.” stond er onder de foto. Het middelste nonnetje was al wat ouder, en de gelijkenis met zuster Dulcinea was treffend.

Langzaamaan begon het zuster Catharina te dagen.

“De snoodaards! De bandieten! De … de … “ spoorslags vertrok ze met het tijdschrift naar de abdis.  Zij zou vast wel weten wat te doen.

 

Zuster Elizabeth kwam voorzichtig van achter de deur, ze had zich daar net op tijd kunnen verstoppen toen ze zuster Catharina met het magazine zag wegsnellen.

Ze verzekerde zich ervan dat niemand haar zag en greep naar de telefoon, dit vroeg om zware middelen en haar peetoom, broeder Petrus, zou zeker raad weten.

“Peetoompje?” fleemde ze met haar liefste stemmetje, toen hij zijn gsm opnam.  Broeder Petrus was, ondanks zijn hemelse overtuiging, een man van de wereld.

“Ah, ons Elizabetje! Hoe is’t er mee kind? Alles goed met de Orde van de Grijze Steunkous?”

“Je weet er al van!” kreet ze ontzet.

“Maar natuurlijk kind, wat dacht je dan? Dat we wereldvreemd zijn of zo?” hij lachte, “Een goeie zet van die verkoper, je zou er van versteld staan hoeveel mensen hun hemel willen verdienen door die kousen te kopen!”

“Ja maar, onze abdis gaat daar niet mee kunnen lachen, en zuster Dulcinea is in alle staten!”

“Ons Dulcie moet eens leren om’t leven wat minder zwaar op te nemen, ’t is niet omdat hare schijter zo zwaar is dat het leven dat ook is zelle!” bromde hij door de telefoon.

Elizabeth stond even verstomd, haar peetoom was in een jolige bui blijkbaar! “Ja, maar, ja, maar, ... zeg nonkel!”

“Kind, hakkelt zo niet en zeg me eens wat ik voor je kan doen, want anders zou je mij niet bellen!” broeder Petrus wou duidelijk korte metten maken.

“Eugh ... ja, ... weet jij wat we kunnen doen?” vroeg ze dan maar, “We zitten hier met onze handen in ons haar!”

“Ik heb een vreed goed gedacht!” bromde hij, “ik zal ne keer af komen om dat allemaal in’t lang en in’t breed te verexpliceren!”

En met nog een groet aan alle zusters en de abdis in’t bijzonder maakte broeder Petrus een einde aan het gesprek, zuster Elizabeth verward achterlatend.

 

- wordt vervolgd ... -

 

10:51 Gepost door Dulcera in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: zuster, non, geloof, steunkous, concurentie, broeder, orde, klooster |  Facebook |