18-12-06

Deel 1: De orde van de Grijze Steunkous.

De orde van de Grijze Steunkous, deel 1: De gewiekste verkoper.

 

Zuster Dulcinea snelde door de gangen. De deurbel had haar luid klingelend uit haar middagslaapje gehaald en bezoek laten wachten omwille van luiheid, of - Godvergeve! - traagheid, één van de zeven hoofdzonden, was niet netjes. Terwijl ze ijverig door de gangen beende voelde ze haar grijze kous afzakken, al lopende sjorde ze het onding terug op tot boven haar knie, maar ze wist dat ze net zo snel weer af zou zakken.

Te dunne knieën, dat zat in de familie - haar moeder had er ook - en weemoedig dacht ze even terug aan de tijd toen ze nog een klein meisje was.

Vooraleer de deur te openen loerde ze voorzichtig door het kijkgaatje, je wist maar nooit met al dat raar volk tegenwoordig!

Een manspersoon!

Voor de deur!

Haar hart sloeg een slag over.

Het was al zo lang geleden dat er nog een manspersoon voet binnenin de kloostermuren gezet had! Met spijt in haar oude hart dacht ze terug aan de tijd van de bezetting, en de jonge mannen die verscholen voor “den Duits” overal weggepropt zaten.

Behoedzaam opende ze de deur.

“Goedemorgen eerwaarde zuster! Mag ik me even voorstellen? Mijn naam is Felix Lapsus, verkoper voor de firma Sokken en Kousen en zeer verheugd u vandaag ons allernieuwste product te kunnen voorstellen!”

De iets te dikke man stond al in de gang, legde zijn koffertje op de grond en klapte het open.

“Eugh, … ja, eugh, … neen, wij kopen niet aan de deur …” aarzelde ze.

In het koffertje zat een verrassende verzameling grijze kousen. Nooit eerder had zij zo veel verschillende grijstinten bij elkaar gezien.

“O, maar ik kom ook niet verkopen!” de man keek er zeer gul bij, “Ik kom u een nieuw product voorstellen, waarvan ik zeer graag zou zien dat u het uitprobeerde en me dan vertelde wat u ervan vond, om zo het kwaliteitsartikel nog beter te maken, en onze klanten nog tevredener!” Hij struikelde over dat laatste woord, alsof hij het uit zijn hoofd geleerd had.

“Ah …, zo …” twijfelde zuster Dulcinea, terwijl ze bedachtzaam in haar haar krabde.

“Kijk! Hier heeft u het allernieuwste model steunkous, in vijf verschillende grijstinten. We hebben ze uit katoen voor de zomer, en warme wol voor de winter. Als u ze eenmaal heeft wil u nooit nog andere dragen!”

“Steunkous?” vroeg ze verwonderd, “wat steunt een steunkous?”

“Uw benen! Onze kousen bevorderen de circulatie in uw benen, en hebben daarbovenop nog de eigenschap dat ze nooit of te nimmer afzakken!”

Hij stak haar een paar grijze kousen toe en ze voelde hoe soepel en tegelijk ook stevig de kous aanvoelde.

“Trekt u ze gerust aan! U zal meteen overtuigd zijn van de kwaliteit van ons product!”

“Hier toch niet! God bewaar me!” kreet ze ontzet, de gedachte alleen al dat een manspersoon haar blote benen zou zien deed haar al blozen.

“Ik zou niet weten waarom niet!” knipoogde hij, en keek veelbetekend naar haar benen.

Ze keek, en moest tot haar grote schaamte merken dat allebei haar kousen ondertussen afgezakt waren en slobberig rond haar enkels hingen.

De schande!

Blozend sjorde ze de weerspannige kousen weer op tot netjes boven haar knie. Onkuisheid was een hoofdzonde, dit ging haar een avond rozenkrans bidden kosten.

“Ik zal ze wel een keertje uitproberen, als u me uw telefoonnummer geeft zal ik u daarna contacteren.”

Met haar meest stoïcijnse gezicht deed ze de deur terug open, en liet de man uit.

“Het was me zeer aangenaam, eerwaarde zuster” tikte hij met een vinger tegen zijn hoed “ik hoop vlug van u te horen!”

“ja, ja, tot later.” en ze sloot de deur.

Daar stond ze dan, met de kousen in haar vuist geklemd.

Zouden die nu werkelijk …? Gezwind trok ze haar schoenen uit, en veranderde van kousen.

God, Maria, Jozef! Ze maakte een kruisteken. Dit was een totaal nieuw gevoel. De kousen zaten perfect! Strak en stevig, maar toch soepel.

Haastig snokte ze de deur terug open en de man viel bijna binnen. Blijkbaar stond hij een sigaretje te roken, terwijl hij tegen de oude eiken deur leunde.

“Dat is snel!” wist hij.

“U stond te wachten!” even stond ze perplex, maar ging toen over naar de orde van de dag “Ik wil er meer! Hoeveel kan u er leveren?”

“Zo veel u er maar wilt zuster, en voor u maak ik een zacht prijsje, een mens moet zijn hemel ergens mee verdienen he?”

 

... wordt vervolgd ...