28-12-06

Deel 2: De orde van de grijze steunkous

De orde van de Grijze Steunkous, deel 2: Klooster op stelten!

 

“Zuster Dulcinea! Zuster Dulcinea! Heeft u dit al gezien?”

Zuster Maria-Theresia kwam heel geagiteerd aanlopen terwijl ze driftig zwaaide met een tijdschrift.

“Laat eens kijken?” Zuster Dulcinea zette eerst haar leesbril op en bekeek de pagina die zuster Maria-Theresia haar voorhield eens heel erg goed.

Het bloed steeg naar haar wangen, en ze moest haar uiterste best doen om haar zelfbeheersing te houden.

“Oooh! De snoodaard! De gemene boef! De … de …. de … “ ze begon ervan te stotteren, en raakte niet meer uit haar woorden.  Vermoeid zakte ze op de stoel die zuster Maria-Helena vlug onder haar -vrij imposante- achterwerk schoof.

Het tijdschrift, met de foto van vijf nonnetjes die op “french cancan” wijze naast elkaar stonden, en op onkuise wijze – één van de zeven hoofdzonden - hun grijze steunkousen lieten zien gleed zachtjes op de grond en tot onder de tafel. Hier ging een avondje rozenkrans bidden geen absolutie geven, wist zuster Dulcinea met pertinente zekerheid.

“Wat gaan we doen?” vroeg zuster Maria-Theresia zachtjes.

“In elk geval zwijgen we in alle talen tegen onze abdis!” De abdis was al stokoud, maar nog erg goed bij haar verstand, als ze dit nieuws hoorde zou het klooster te klein zijn!

“Ah! Dat kan ik! Als’t moet zwijg ik zelfs in het Japans!” zuster Elizabeth was er als de kippen bij om een grapje te maken, maar werd de mond gesnoerd door een kwaad kijkende zuster Maria-Theresia. Mokkend ging zuster Elizabeth met haar armen gekruist voor het raam zitten – Zwijgend in het Japans, want dat kon ze goed! -.

Peinzend bleef zuster Dulcinea zitten: vroeg of laat kwam deze reclamecampagne aan de oren van de abdis, en zuster Catharina aasde al lang op de post van priores, deze reclame was koren op haar molen.

Hier kwam ellende van.

Somber begonnen de nonnetjes aan de voorbereidingen voor de vespers, het tijdschrift bleef verloren onder de tafel liggen.

 

 

*

 

“Wat is dit?” zuster Catharina veegde met een flukse zwaai een tijdschrift vanonder de tafel.

“Hoe komt dit hier terecht, sinds wanneer wordt deze lectuur in het klooster gelezen?” vluchtig bladerde ze door het tijdschrift.

“Het is niet omdat we nonnetjes zijn dat we niet mogen weten wat er in de wereld omgaat”, vond ze bij zichzelf.

Middenin het tijdschrift stond een foto van vijf dansende nonnetjes, met net dezelfde kousen aan als zijzelf droeg! - Een blik op haar zedig bedekte onderbeentjes bevestigde dat. -

Een paar weken terug had de priores, zuster Dulcinea, een flinke partij gekocht aan een zeer scherpe prijs.  De nieuwe aanwinsten zaten zeer comfortabel en ze zakten niet af.  Wat een goede zaak was, want het schaamrood steeg haar weer naar de wangen toen ze terugdacht aan die keer dat ze, met haar kousen afgezakt en onzedig slobberend rond haar enkels, een audiëntie bij deken Albertus deed en dat de arme man zowaar niet meer wist waar kijken!

Nee, het was en bleef een ganse vooruitgang!

Maar deze foto was er ver over, dacht ze bij zichzelf.

“De orde van de grijze steunkous kan weer dansen van plezier, nu ze elke dag deze kousen kan dragen.” stond er onder de foto. Het middelste nonnetje was al wat ouder, en de gelijkenis met zuster Dulcinea was treffend.

Langzaamaan begon het zuster Catharina te dagen.

“De snoodaards! De bandieten! De … de … “ spoorslags vertrok ze met het tijdschrift naar de abdis.  Zij zou vast wel weten wat te doen.

 

Zuster Elizabeth kwam voorzichtig van achter de deur, ze had zich daar net op tijd kunnen verstoppen toen ze zuster Catharina met het magazine zag wegsnellen.

Ze verzekerde zich ervan dat niemand haar zag en greep naar de telefoon, dit vroeg om zware middelen en haar peetoom, broeder Petrus, zou zeker raad weten.

“Peetoompje?” fleemde ze met haar liefste stemmetje, toen hij zijn gsm opnam.  Broeder Petrus was, ondanks zijn hemelse overtuiging, een man van de wereld.

“Ah, ons Elizabetje! Hoe is’t er mee kind? Alles goed met de Orde van de Grijze Steunkous?”

“Je weet er al van!” kreet ze ontzet.

“Maar natuurlijk kind, wat dacht je dan? Dat we wereldvreemd zijn of zo?” hij lachte, “Een goeie zet van die verkoper, je zou er van versteld staan hoeveel mensen hun hemel willen verdienen door die kousen te kopen!”

“Ja maar, onze abdis gaat daar niet mee kunnen lachen, en zuster Dulcinea is in alle staten!”

“Ons Dulcie moet eens leren om’t leven wat minder zwaar op te nemen, ’t is niet omdat hare schijter zo zwaar is dat het leven dat ook is zelle!” bromde hij door de telefoon.

Elizabeth stond even verstomd, haar peetoom was in een jolige bui blijkbaar! “Ja, maar, ja, maar, ... zeg nonkel!”

“Kind, hakkelt zo niet en zeg me eens wat ik voor je kan doen, want anders zou je mij niet bellen!” broeder Petrus wou duidelijk korte metten maken.

“Eugh ... ja, ... weet jij wat we kunnen doen?” vroeg ze dan maar, “We zitten hier met onze handen in ons haar!”

“Ik heb een vreed goed gedacht!” bromde hij, “ik zal ne keer af komen om dat allemaal in’t lang en in’t breed te verexpliceren!”

En met nog een groet aan alle zusters en de abdis in’t bijzonder maakte broeder Petrus een einde aan het gesprek, zuster Elizabeth verward achterlatend.

 

- wordt vervolgd ... -

 

10:51 Gepost door Dulcera in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: zuster, non, geloof, steunkous, concurentie, broeder, orde, klooster |  Facebook |