01-01-07

Deel 3: De orde van de grijze steunkous.

De orde van de grijze steunkous, deel 3: Varkentjes wassen.

 

 

Met een tevreden grijnsje dacht zuster Catherina terug aan haar gesprek met de abdis. Deze was niet boos geweest, nee, ze was woedend geweest. Kwaad had ze uitgeroepen: “De goede naam van de Orde van de Gramschaploze Vlekkeloze Ontvangenis van God wordt zeer beslist niet straffeloos te grabbel gegooid!”.

In haar woede had ze haar vuist hoog boven haar hoofd geheven en de kap van haar habijt was er zelfs scheef van gaan staan, wat er een beetje vreemd uitzag omdat de abdis door haar hoge leeftijd al wat kalende was.

Na een glaasje water was ze gekalmeerd en had ze zuster Catharina opgedragen om broeder Petrus van hun broedercongregatie te contacteren, hij was een man van de wereld en zou wel weten hoe dit varkentje te wassen!

Grinnikend wreef zuster Catharina in haar handen terwijl ze stevig door de gangen van het klooster stapte. Binnenkort zou deze ganse zaak de deken ter oren komen en dan kon zuster Dulcinea de post van priores wel vergeten!

Fluks nam ze de telefoon, ze was eens benieuwd hoe de brave broeder zou reageren op dit nieuws!

“Zuster Catharina, ik had het kunnen weten dat malheuren nooit alleen komen!” met een beetje wrevel in zijn stem begroette broeder Petrus ons nonnetje.

“Zeg, zeg, een beetje respect graag!” vroeg ze met haar strengste stem, “Ik bel voor een zaak van het grootste gewicht!”

“Ja, ja, ik twijfel daar niet aan, gij hebt nooit de chocolade kunnen verzaken, vertel het ne keer braaf mens.”

“Broeder Petrus!” kreet ze ontzet, zo veel familiariteit was ze nu echt niet gewoon, hij nam het wel niet nauw met omgangsvormen maar deze uitlatingen waren er ver over!

“Ga’k het nu nog bijna horen?” bromde hij.

“Als ge uw manieren houdt!” eiste ze, waarop ze van wal stak.

*

 

Zuster Maria-Theresia was, naar wekelijkse gewoonte, rustig appeltjes aan het kiezen aan één van de kramen van de donderdagochtend-markt toen een dorpsbewoner haar aansprak.

“Dag zuster,” tikte hij met zijn wandelstok op haar schouder – zuster Maria-Theresia was ruim één meter tachtig – “Dat is me wat met die reclamemensen tegenwoordig zeg! Hoeveel hebben jullie gekregen voor die campagne?” Vragend keek de dorpsbewoner haar aan, het was een al wat oudere man die met twinkeloogjes naar haar keek. Hij schoof zijn wandelstok nog wat beter onder zijn arm, en rechtte zijn stramme lijf om zeker niets van haar verklaring te missen.

“Pardon?” zuster Maria-Theresia probeerde tijd te winnen door een vraagje te stellen.

Het mannetje liet zich echter niet van zijn missie afbrengen: hij wilde één van de zusters de pieren uit haar neus vragen en zo te weten komen hoeveel ze nu eigenlijk gekregen hadden voor die campagne.

“Die reklaam!” herhaalde hij stellig, en wees met zijn wandelstok naar een reclamepaneel op de muur boven de krantenwinkel.

Zuster Maria-Theresia draaide zich om en voelde zich ter plekke misselijk worden. Bovenaan de gevel hing een levensgrote poster, dezelfde foto die ze ook in het tijdschrift gezien had en om de zaak compleet te maken stond er nog bij “deze week aan halve prijs!”

“O, la, laaa ... God, Maria, Jozef! “ ze maakte een kruistekentje en draaide zich meteen fluks om, hier moest zuster Dulcinea van weten.

Zonder nog netjes ‘dag’ te zeggen liet ze het mannetje staan, besteedde geen aandacht meer aan de appeltjes verkoper die net met haar zakje appeltjes kwam aanzetten en haastte zich terug naar het klooster.

De Appeltjesman en de wandelstokman keken elkaar verbaasd aan.

“Het was net alsof ze die poster nog nooit gezien had?”

“Ze gaan daar toch wel toestemming voor gegeven hebben zeker,” speculeerde de fruitkraamverkoper, “want anders gaat dit nog een deftig staartje krijgen, mijn gedacht!” en ze waren het er roerend over eens dat hierover het laatste woord nog niet gezegd was.

 

*

 

Gezwind stapte broeder Petrus van zijn racefiets, hij hield ervan om eens goed uit te waaien en vandaag zou hij zeker een fris hoofd nodig hebben. Hij parkeerde zijn fiets op de binnenplaats, drapeerde zijn pij netjes rond zijn buik en wreef zijn haar weer in de goede richting. Het is niet omdat we celibatair leven dat we er niet goed mogen uitzien, dacht hij bij zichzelf.

Met een dof klapje liet hij de deurklopper op de oude eiken kloosterdeur neerkomen.

Terwijl hij toch moest wachten – geduld was een schone zaak - keek hij even goedkeurend rond op de binnenplaats.

Ja, die ging zeker groot genoeg zijn! In zijn hoofd had hij al een volledige schets uitgetekend, hij genoot nu al van het idee. Ergens meende hij een bult in de kasseitjes te zien. Zou hij durven? Ah, waarom ook niet, dacht hij, en om zeker te zijn dat de ondergrond vlak genoeg was ging hij op handen en knieën midden in het plein zitten en keek eens goed rond of er nergens oneffenheden of bulten waren.

 

Zuster Dulcinea trof hem zo aan, het leek alsof hij de grond op de binnenplaats op pauselijke wijze aan het kussen was. “Broeder Petrus?” vroeg ze aarzelend, even twijfelde ze of het hem in zijn hoofd was geslagen.

“Zuster Dulcinea!” Hoe is’t er nog mee?” Fluks kwam hij weer recht om haar te begroeten met een stevige handdruk. Ze zag er zorgelijk uit, op haar voorhoofd een groef die er eerder niet zat en ze leek zowaar een beetje vermagerd.

“Goed, goed, gegeven de omstandigheden ... Dat is me wat met die grijze kousen, had ik het van tevoren geweten ...” haar stem klonk somber en broeder Petrus kreeg een tikkeltje medelijden.

“Kom, kom, we gaan dat varkentje hier ne keer rap wassen, maakt u zo geen zorgen!” probeerde hij haar gerust te stellen.

“We zullen wel zien zeker?” zuchtte ze, “Kom, laat ons niet langer talmen, de abdis zit al te wachten!” en samen gingen ze naar de grote zaal.

 

... wordt vervolgd ...

17:32 Gepost door Dulcera in verhaal | Permalink | Commentaren (3) | Tags: klooster, nonnetjes, steunkous, reclame, advertentie, geloof |  Facebook |

28-12-06

Deel 2: De orde van de grijze steunkous

De orde van de Grijze Steunkous, deel 2: Klooster op stelten!

 

“Zuster Dulcinea! Zuster Dulcinea! Heeft u dit al gezien?”

Zuster Maria-Theresia kwam heel geagiteerd aanlopen terwijl ze driftig zwaaide met een tijdschrift.

“Laat eens kijken?” Zuster Dulcinea zette eerst haar leesbril op en bekeek de pagina die zuster Maria-Theresia haar voorhield eens heel erg goed.

Het bloed steeg naar haar wangen, en ze moest haar uiterste best doen om haar zelfbeheersing te houden.

“Oooh! De snoodaard! De gemene boef! De … de …. de … “ ze begon ervan te stotteren, en raakte niet meer uit haar woorden.  Vermoeid zakte ze op de stoel die zuster Maria-Helena vlug onder haar -vrij imposante- achterwerk schoof.

Het tijdschrift, met de foto van vijf nonnetjes die op “french cancan” wijze naast elkaar stonden, en op onkuise wijze – één van de zeven hoofdzonden - hun grijze steunkousen lieten zien gleed zachtjes op de grond en tot onder de tafel. Hier ging een avondje rozenkrans bidden geen absolutie geven, wist zuster Dulcinea met pertinente zekerheid.

“Wat gaan we doen?” vroeg zuster Maria-Theresia zachtjes.

“In elk geval zwijgen we in alle talen tegen onze abdis!” De abdis was al stokoud, maar nog erg goed bij haar verstand, als ze dit nieuws hoorde zou het klooster te klein zijn!

“Ah! Dat kan ik! Als’t moet zwijg ik zelfs in het Japans!” zuster Elizabeth was er als de kippen bij om een grapje te maken, maar werd de mond gesnoerd door een kwaad kijkende zuster Maria-Theresia. Mokkend ging zuster Elizabeth met haar armen gekruist voor het raam zitten – Zwijgend in het Japans, want dat kon ze goed! -.

Peinzend bleef zuster Dulcinea zitten: vroeg of laat kwam deze reclamecampagne aan de oren van de abdis, en zuster Catharina aasde al lang op de post van priores, deze reclame was koren op haar molen.

Hier kwam ellende van.

Somber begonnen de nonnetjes aan de voorbereidingen voor de vespers, het tijdschrift bleef verloren onder de tafel liggen.

 

 

*

 

“Wat is dit?” zuster Catharina veegde met een flukse zwaai een tijdschrift vanonder de tafel.

“Hoe komt dit hier terecht, sinds wanneer wordt deze lectuur in het klooster gelezen?” vluchtig bladerde ze door het tijdschrift.

“Het is niet omdat we nonnetjes zijn dat we niet mogen weten wat er in de wereld omgaat”, vond ze bij zichzelf.

Middenin het tijdschrift stond een foto van vijf dansende nonnetjes, met net dezelfde kousen aan als zijzelf droeg! - Een blik op haar zedig bedekte onderbeentjes bevestigde dat. -

Een paar weken terug had de priores, zuster Dulcinea, een flinke partij gekocht aan een zeer scherpe prijs.  De nieuwe aanwinsten zaten zeer comfortabel en ze zakten niet af.  Wat een goede zaak was, want het schaamrood steeg haar weer naar de wangen toen ze terugdacht aan die keer dat ze, met haar kousen afgezakt en onzedig slobberend rond haar enkels, een audiëntie bij deken Albertus deed en dat de arme man zowaar niet meer wist waar kijken!

Nee, het was en bleef een ganse vooruitgang!

Maar deze foto was er ver over, dacht ze bij zichzelf.

“De orde van de grijze steunkous kan weer dansen van plezier, nu ze elke dag deze kousen kan dragen.” stond er onder de foto. Het middelste nonnetje was al wat ouder, en de gelijkenis met zuster Dulcinea was treffend.

Langzaamaan begon het zuster Catharina te dagen.

“De snoodaards! De bandieten! De … de … “ spoorslags vertrok ze met het tijdschrift naar de abdis.  Zij zou vast wel weten wat te doen.

 

Zuster Elizabeth kwam voorzichtig van achter de deur, ze had zich daar net op tijd kunnen verstoppen toen ze zuster Catharina met het magazine zag wegsnellen.

Ze verzekerde zich ervan dat niemand haar zag en greep naar de telefoon, dit vroeg om zware middelen en haar peetoom, broeder Petrus, zou zeker raad weten.

“Peetoompje?” fleemde ze met haar liefste stemmetje, toen hij zijn gsm opnam.  Broeder Petrus was, ondanks zijn hemelse overtuiging, een man van de wereld.

“Ah, ons Elizabetje! Hoe is’t er mee kind? Alles goed met de Orde van de Grijze Steunkous?”

“Je weet er al van!” kreet ze ontzet.

“Maar natuurlijk kind, wat dacht je dan? Dat we wereldvreemd zijn of zo?” hij lachte, “Een goeie zet van die verkoper, je zou er van versteld staan hoeveel mensen hun hemel willen verdienen door die kousen te kopen!”

“Ja maar, onze abdis gaat daar niet mee kunnen lachen, en zuster Dulcinea is in alle staten!”

“Ons Dulcie moet eens leren om’t leven wat minder zwaar op te nemen, ’t is niet omdat hare schijter zo zwaar is dat het leven dat ook is zelle!” bromde hij door de telefoon.

Elizabeth stond even verstomd, haar peetoom was in een jolige bui blijkbaar! “Ja, maar, ja, maar, ... zeg nonkel!”

“Kind, hakkelt zo niet en zeg me eens wat ik voor je kan doen, want anders zou je mij niet bellen!” broeder Petrus wou duidelijk korte metten maken.

“Eugh ... ja, ... weet jij wat we kunnen doen?” vroeg ze dan maar, “We zitten hier met onze handen in ons haar!”

“Ik heb een vreed goed gedacht!” bromde hij, “ik zal ne keer af komen om dat allemaal in’t lang en in’t breed te verexpliceren!”

En met nog een groet aan alle zusters en de abdis in’t bijzonder maakte broeder Petrus een einde aan het gesprek, zuster Elizabeth verward achterlatend.

 

- wordt vervolgd ... -

 

10:51 Gepost door Dulcera in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: zuster, non, geloof, steunkous, concurentie, broeder, orde, klooster |  Facebook |

18-12-06

Deel 1: De orde van de Grijze Steunkous.

De orde van de Grijze Steunkous, deel 1: De gewiekste verkoper.

 

Zuster Dulcinea snelde door de gangen. De deurbel had haar luid klingelend uit haar middagslaapje gehaald en bezoek laten wachten omwille van luiheid, of - Godvergeve! - traagheid, één van de zeven hoofdzonden, was niet netjes. Terwijl ze ijverig door de gangen beende voelde ze haar grijze kous afzakken, al lopende sjorde ze het onding terug op tot boven haar knie, maar ze wist dat ze net zo snel weer af zou zakken.

Te dunne knieën, dat zat in de familie - haar moeder had er ook - en weemoedig dacht ze even terug aan de tijd toen ze nog een klein meisje was.

Vooraleer de deur te openen loerde ze voorzichtig door het kijkgaatje, je wist maar nooit met al dat raar volk tegenwoordig!

Een manspersoon!

Voor de deur!

Haar hart sloeg een slag over.

Het was al zo lang geleden dat er nog een manspersoon voet binnenin de kloostermuren gezet had! Met spijt in haar oude hart dacht ze terug aan de tijd van de bezetting, en de jonge mannen die verscholen voor “den Duits” overal weggepropt zaten.

Behoedzaam opende ze de deur.

“Goedemorgen eerwaarde zuster! Mag ik me even voorstellen? Mijn naam is Felix Lapsus, verkoper voor de firma Sokken en Kousen en zeer verheugd u vandaag ons allernieuwste product te kunnen voorstellen!”

De iets te dikke man stond al in de gang, legde zijn koffertje op de grond en klapte het open.

“Eugh, … ja, eugh, … neen, wij kopen niet aan de deur …” aarzelde ze.

In het koffertje zat een verrassende verzameling grijze kousen. Nooit eerder had zij zo veel verschillende grijstinten bij elkaar gezien.

“O, maar ik kom ook niet verkopen!” de man keek er zeer gul bij, “Ik kom u een nieuw product voorstellen, waarvan ik zeer graag zou zien dat u het uitprobeerde en me dan vertelde wat u ervan vond, om zo het kwaliteitsartikel nog beter te maken, en onze klanten nog tevredener!” Hij struikelde over dat laatste woord, alsof hij het uit zijn hoofd geleerd had.

“Ah …, zo …” twijfelde zuster Dulcinea, terwijl ze bedachtzaam in haar haar krabde.

“Kijk! Hier heeft u het allernieuwste model steunkous, in vijf verschillende grijstinten. We hebben ze uit katoen voor de zomer, en warme wol voor de winter. Als u ze eenmaal heeft wil u nooit nog andere dragen!”

“Steunkous?” vroeg ze verwonderd, “wat steunt een steunkous?”

“Uw benen! Onze kousen bevorderen de circulatie in uw benen, en hebben daarbovenop nog de eigenschap dat ze nooit of te nimmer afzakken!”

Hij stak haar een paar grijze kousen toe en ze voelde hoe soepel en tegelijk ook stevig de kous aanvoelde.

“Trekt u ze gerust aan! U zal meteen overtuigd zijn van de kwaliteit van ons product!”

“Hier toch niet! God bewaar me!” kreet ze ontzet, de gedachte alleen al dat een manspersoon haar blote benen zou zien deed haar al blozen.

“Ik zou niet weten waarom niet!” knipoogde hij, en keek veelbetekend naar haar benen.

Ze keek, en moest tot haar grote schaamte merken dat allebei haar kousen ondertussen afgezakt waren en slobberig rond haar enkels hingen.

De schande!

Blozend sjorde ze de weerspannige kousen weer op tot netjes boven haar knie. Onkuisheid was een hoofdzonde, dit ging haar een avond rozenkrans bidden kosten.

“Ik zal ze wel een keertje uitproberen, als u me uw telefoonnummer geeft zal ik u daarna contacteren.”

Met haar meest stoïcijnse gezicht deed ze de deur terug open, en liet de man uit.

“Het was me zeer aangenaam, eerwaarde zuster” tikte hij met een vinger tegen zijn hoed “ik hoop vlug van u te horen!”

“ja, ja, tot later.” en ze sloot de deur.

Daar stond ze dan, met de kousen in haar vuist geklemd.

Zouden die nu werkelijk …? Gezwind trok ze haar schoenen uit, en veranderde van kousen.

God, Maria, Jozef! Ze maakte een kruisteken. Dit was een totaal nieuw gevoel. De kousen zaten perfect! Strak en stevig, maar toch soepel.

Haastig snokte ze de deur terug open en de man viel bijna binnen. Blijkbaar stond hij een sigaretje te roken, terwijl hij tegen de oude eiken deur leunde.

“Dat is snel!” wist hij.

“U stond te wachten!” even stond ze perplex, maar ging toen over naar de orde van de dag “Ik wil er meer! Hoeveel kan u er leveren?”

“Zo veel u er maar wilt zuster, en voor u maak ik een zacht prijsje, een mens moet zijn hemel ergens mee verdienen he?”

 

... wordt vervolgd ...